Auteur van deze pagina: Ellen Boers en Robin Verwijmeren


0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Romani is een taal met een rijke morfologie en kent een naamvalsysteem en uitgebreid systeem van werkwoordvervoegingen. De zinsbouw is grotendeels vrij en wordt flexibel toegepast.
De taal wordt alleen binnen de eigen doorgaans geïsoleerde gemeenschap gesproken. In de Roma-cultuur bestaan duidelijke gedragsregels en is een sterke sociale controle op het naleven hiervan. Er heerst een sterke wij-cultuur. Het taalgebruik is voor de dagelijkse handelingen vrij direct, vaak gebiedende wijs, maar als het om beleefdheid en uiten van persoonlijke gevoelens of gedachtes gaat, zeer indirect.
Het Romani kent geen traditie van schriftelijke taal. Er is een sterke orale traditie waarbij verhalen vertellen en liederen zingen typerend zijn. Voorlezen aan kinderen is niet gebruikelijk.
Roma-kinderen zijn vrijwel altijd tweetalig. Er is veelal sprake van taal- maar ook ontwikkelingsachterstanden wanneer zij deelnemen aan het Nederlandse onderwijs. Een relatief groot deel van de kinderen bezoekt een vorm van speciaal onderwijs. Culturele verschillen maken dat het Nederlandse onderwijs weinig aansluit bij wat ouders van Roma-kinderen belangrijk vinden.

Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen in het Romani
Aangezien er nog geen onderzoek naar kenmerken van TOS in het Romani zijn gedaan, verwijzen wij onderzoekers naar de meer universele kenmerken van TOS. Een tolk of ouder van een Romani-sprekend kind zou bijvoorbeeld gevraagd kunnen worden of het kind laat ging praten, of het kind moeite heeft met de werkwoordvervoegingen, of het kind verplichte elementen in de zin weglaat en dergelijke.

1. Algemene informatie over het Romani


Romani, Romanes(j) (betekenis: ‘op een Roma manier’) of řomani čhib (betekenis: ‘de Romani taal’) behoort tot de Indo-Europese talen en is verwant aan het Sanskriet. Romani wordt in alle Europese landen behalve IJsland en waarschijnlijk Portugal gesproken. In Midden- en Oost- Europa is de groep Romani sprekers groter dan in West-Europa. Ook buiten Europa, met name in Amerika, Australië en Zuid-Afrika wordt Romani gesproken. Romani behoort daarmee tot de meest wijdverspreide taal binnen de Europese gemeenschap. De taal wordt in Europa sinds de middeleeuwen gesproken door een bevolkingsgroep die in de volksmond als zigeuners wordt aangeduid, maar zichzelf liever aanduidt als Rom of Řom (meervoud Roma). Er is geen etnische verwantschap met andere rondtrekkende bevolkingsgroepen zoals in Nederland de woonwagenbewoners, maar individuen van deze groepen kunnen min of meer regelmatig contact met elkaar hebben. Niet alle zigeuners spreken Romani, maar personen die Romani als moedertaal hebben zijn altijd van Roma origine. Sommige oorspronkelijk Romani sprekende bevolkingsgroepen m.n. Engeland, het Iberisch schiereiland en Scandinavië hebben hun eigen taal opgegeven en de landstaal overgenomen. Zij gebruiken echter wel een van Romani afgeleid lexicon, die zij in sommige gevallen als een vorm van ‘geheimdtaal' toepassen. De taalvorm waarbij een Romani lexicon wordt gebruikt binnen de grammatica van de dominante taal wordt in de literatuur aangeduid met de term Para-Romani.
Er zijn uiteenlopende schattingen van de aantallen Romani sprekers in Europa variërend van 3,5 miljoen (Matras, 2002) tot 4.6 miljoen (Bakker et al., 2000) waarvan de overgrote meerderheid in Zuidoost en Centraal- Europa woont (Macedonië, Bulgarije, Roemenië en Slowakije). Volgens Bakker et al. (2000) woonden er in 2000 in Nederland 7000 Romani sprekers. Naar schatting 90% van de Nederlandse z igeuners spreekt Romani. De website www.ethnologue.com vermeldt in 2000 1220 Sinti die het Manouche dialect spreken en 1000 Vlax waarvan 500 het Kalderash en 500 het Lovari dialect spreken. Andere bronnen vermelden weer andere aantallen. Omdat niet alle Roma hun etniciteit bekend willen maken is het niet mogelijk betrouwbare aantallen te noemen.

In Nederland wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen Roma en Sinti. De term Roma wordt gebruikt voor groepen die de in de 19de en 20ste eeuw vanuit Oost-Europa naar Nederland zijn getrokken. Sommige Roma in Nederland zijn zeer recentelijk naar Nederland geëmigreerd. De term Sinti wordt gebruikt voor groepen Zigeuners die al vanaf de 18de eeuw in West-Europa wonen. De meeste Sinti in Nederland hebben zich tussen 1900 en 1920 in Nederland gevestigd en waren hoofdzakelijk afkomstig uit Frankrijk en Duitsland (Nieuwenhuizen, 2004).

De Roma kwamen oorspronkelijk uit India en waren nomadische bevolkingsgroepen uit de lagere kaste die bekwaam waren in bepaalde ambachten of service gerichte beroepen, zoals schoonmakers, mandenmakers, ketellappers, berenleiders, paardenhandelaars, muzikanten, jongleurs of soms seizoenarbeiders bij boerderijen.
De ontwikkeling van het Romani kent 3 fases:
  • Het proto-Romani is het Indische dialect dat uitgroeide tot de onderscheidende taal in India;
  • Het vroege Romani werd gesproken in het Byzantijnse Rijk, waar de Roma zich vermoedelijk gedurende 300 jaar vestigden. Dit was gecentreerd in klein-Azië, maar verspreidde zich vanaf de 10e eeuw tussen Anatolië en de Balkan. In deze periode werden veel Iraanse, Perzische, Koerdische en Armeense leenwoorden opgenomen. De grootste invloed kwam echter vanuit het Grieks. Door de status van het Romani als minderheidstaal en de intensieve contacten met Grieks sprekende bevolkingsgroepen, ontwikkelden de Roma zich al vanaf die periode als tweetaligen. Het Romani werd zowel lexicaal, syntactisch als morfologisch sterk beïnvloed door het Grieks;
  • De moderne Romani dialecten ontstonden vanaf de 14/15e eeuw. Als gevolg van de neergang van het Byzantijnse Rijk emigreerden vanaf de laat 14e eeuw tot de vroege 16e eeuw Romani sprekende bevolkingsgroepen van de Balkan naar Centraal- en West-Europa. Vanaf deze periode vertakt het Romani zich in diverse dialecten met ontwikkelingen op het gebied van morfologie, fonologie en lexicon, als gevolg van de invloeden van de verschillende contacttalen, waar Roma mee te maken hadden, en natuurlijke ontwikkelingen die zich in elke taal voordoen. Rond de 18e eeuw waren de verschillende dialecten ontstaan als gevolg van de vestiging van Roma in de verschillende regio's. Sprekers van de verschilende dialecten kunnen elkaar niet altijd verstaan. Het basislexicon (woorden voor lichaamsaanduidingen, familierelaties, eten, gezamenlijke activiteiten, getallen, natuur en dieren) komt voor alle dialecten grotendeels overeen. Voor woorden die buiten het gezin geleerd worden, zoals op school of in niet-traditionele beroepen, zijn veel leenwoorden uit de contacttalen opgenomen.


Bron: Romani project University of Manchester
dialects.gif
Figuur 1. Kaart met landen waar het Romani of dialecten van het Romani worden gesproken. Er worden vier hoofdtakken onderscheiden: Balkan (groen), Vlax (paars), Centraal (blauw) en Noord (noordoost-zwart, noordwest-rood), die ieder weer in twee subgroepen verdeeld zijn. Voor de eerste drie zijn dat een zuidelijke en noordelijke variant. Voor de laatst genoemde een oostelijke en westelijke variant.

Balkan
Zuid-Balkan dialecten worden gesproken in Turkije, Griekenland, Bulgarije, Macedonië, Albanië, Servië (Kosovo) Roemenië, Oekraïne en Iran:
  • Arli (Macedonië, Kosovo, Griekenland);
  • Erli (Bulgarije);
  • Mečkar (Albanië);
  • Sepeči (Griekenland, Turkije);
  • Ursari (Roemenië);
  • Krim-Romani (Oekraïne);
  • Zargari (Iran);
  • overig.

Noord: Balkan zis-dialecten, ook wel de 'Drindari-Bugurdži-Kalajdži groep' genoemd. Deze worden gesproken in Noord- en Centraal Bulgarije en Macedonië:
  • Drandari/Drindari;
  • Kovački;
  • Kalajdži ;
  • Bugurdži.

Vlax
Zuid: gesproken in Servië en Montenegro, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Macedonië, het zuiden van Roemenië, Bulgarije, Griekenland, Albanië, en Turkije:
  • Gurbet of Džambazi;
  • en door groepen die bekend staan als Kalburdžu en Čergar.

Noord: gesproken in Roemenië, Moldavië, Hongarije, Servië en door migrantengroepen wereldwijd. Het meest wijdverspreide en bekendste noord-Vlax dialect omvat:
  • - Kelderaš (Kalderaš);
  • - Lovari;
  • - Čurari;
  • - het dialect van de Mačvaja.

Centraal
Zuid-centraal dialecten worden gesproken in Hongarije, Slowakije, noord Slovenië, het oosten van Oostenrijk, Oekraïne, Roemenië:
  • Romungri;
  • Vend;
  • Burgenland Romani.

Noord-centraal dialecten worden gesproken in Slowakije, Tsjechië, Polen en de Oekraïne:
  • Romani van Oost-Slowakije;
  • het dialect van de Bergitka-Roma van Polen.

Noord
Noordwest-dialecten worden gesproken in Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Nederland, België en Finland:
  • Het Sinti-Manouche dialect van Duitsland, Frankrijk en omgeving;
  • Fins Romani of Kaale dialect.

Noordoostelijke dialecten worden gesproken in Polen, Litouwen, Letland, Estland, Rusland, Wit-Rusland en de Oekraïne.

Andere dialectgroepen
Sommige aanvullende dialecten hebben hun eigen kenmerken als gevolg van periodes waarin zij geïsoleerd waren van andere dialecten of door de invloeden van kenmerken van verschillende takken van de dialecten:

  • British Romani, bevat het English Romani en Welsh Romani. Het is als taal uitgestorven, maar bestaat nog als een lexicon. Dit is bekend als Anglo-Romani;
  • Iberisch Romani, bevat Spaans Romani, Catalonisch Romani, and Errumantxela (Baskisch) Romani. Deze zijn als talen uitgestorven, maar er is een lexicon overgebleven dat bekend is onder de naam 'Caló' in Catalonië en Andalusië;
  • De Romani dialecten van zuid-Italië, die Abruzzisch Romani en Calabrisch Romani omvatten;
  • De Sloveens Romani dialecten (ook bekend als Istriani, Hrvati of Dolenjski);
  • De Romani dialecten van Iraans Azerbaijan, Zargari en Romano (deze zijn sterk verwant aan de Balkandialecten.)

Het Romani is traditioneel een orale taal en kent geen schriftelijke traditie. Binnen sommige Romagroepen is verschriftelijking niet gewenst. Sporadisch zijn er vanaf de 16e eeuw Romani teksten gevonden. In diverse Roma-gemeenschappen wordt de taal beschouwd als van henzelf en uitsluitend binnen de eigen gemeenschap gesproken. Het wordt als niet wenselijk beschouwd de taal te delen met de buitenwereld. Een en ander kan niet los gezien worden van de geïsoleerde en onderdrukte positie van Roma-gemeenschappen binnen de verschillende samenlevingen en de status als minderheidstaal. Historisch gezien is het gebruik van Romani tot aan de 20e eeuw in veel landen ontmoedigd en zelfs verboden. Er hebben strenge straffen, zoals het afsnijden van de tong tot zelfs de doodstraf bestaan tegen het gebruik van het Romani. Zelfs tot in het recente verleden, (± 1980) was bijvoorbeeld het drukken van Romani teksten in Bulgarije verboden, en weigerde Duitsland het Romani te erkennen als minderheidstaal. De vervolgingen in de Tweede Wereldoorlog hebben diepe sporen achtergelaten. Een en ander maakt dat het niet door alle Roma als vanzelfsprekend of prettig wordt ervaren als er naar het Romani geïnformeerd wordt of het waarderen als niet-Roma (Gadže) de taal willen leren. Dit kan echter wel verschillen per gemeenschap.

Pas sinds ongeveer 1990 wordt het Romani meer als geschreven taal gebruikt, waarbij geen vast of gestandaardiseerd schriftsysteem aangehouden wordt. Het is gebruikelijk het lokale schriftsysteem aan te houden. Romani kan daarom op verschillende lokaties in het Latijns, Cyrillisch, Grieks of Arabisch schrift worden weergegeven. Veelal wordt het Romani door niet-Roma geschreven. Vele Roma zijn ongeletterd en hebben, als ze een schriftsysteem kennen, dat van de contacttaal geleerd. Onder Sinti en Roma in Nederland heerst veel analfabetisme, zeker bij de oudere generatie (Anne Frank Stichting). Romani sprekers zijn altijd tweetalig of meertalig. De enige eentalige Romani sprekers zijn kinderen in de voorschoolse periode. Pas sinds de jaren '90 verschijnt er een groeiende stroom literatuur in het Romani en vindt er in een aantal landen onderwijs in het Romani plaats. De orale literatuur is echter voor de meeste Roma veel belangrijker dan de geschreven literatuur. Er bestaat een lange en rijke traditie aan oraal overgedragen Roma-verhalen. Het Romani is te vinden in de Unesco Atlas of the World’s Languages in Danger of Disappearing, dat bedreigde talen in beeld brengt.

Onderwijs in Nederland
Tot 1950 namen Roma en Sinti nauwelijks deel aan het Nederlandse onderwijs. In de drie decennia daarna werden speciale woonwagenscholen opgericht. Deze onderwijsvoorzieningen werden in de tweede helft van de jaren ’70 weer afgebouwd en in 1996 werd het laatste schooltje in een woonwagencentrum gesloten. Vanaf die tijd bezoeken de kinderen reguliere scholen. Op dit moment bezoekt vrijwel 100% van de kinderen regulier basisonderwijs en een steeds grotere groep volgt voorschoolse educatie. Veel Sinti- en Romakinderen hebben grote achterstanden ten opzichte van de andere kinderen. Door overheidsbeleid is het percentage Sinti- en Romakinderen dat voortgezet onderwijs volgt gestegen tot ongeveer 90% in 2000. Het percentage leerlingen dat speciaal onderwijs volgt is vier keer hoger dan voor Nederlandse kinderen. 71% gaat naar regulier onderwijs en ongeveer een vijfde naar speciaal onderwijs. 90% haalt een diploma voortgezet onderwijs, maar slechts een minderheid een startkwalificatie. Binnen de Sinti- en Romagemeenschap wordt hier minder waarde aan gehecht, omdat in hun ogen school nauwelijks opleidt voor wat zij belangrijk vinden. De cultuurverschillen maken dat er veel knelpunten zijn met het onderwijs. De traditionele arbeidssituatie van Sinti en Roma heeft nauwelijks erkenning binnen de Nederlandse samenleving. En het Nederlandse onderwijs vraagt van de kinderen kennis en vaardigheden die veelal indruisen tegen de eigen cultuur. De onderwijsproblematiek voor de Roma is doorgaans ernstiger dan voor de Sinti. Voor beide groepen is het Nederlands over het algemeen de tweede taal (Nieuwenhuizen, 2004, www.owrs.nl, Seuren en Simons, 2003).


2. Specifieke informatie over het Romani


Fonologie
Het klanksysteem verschilt niet veel van de meeste Europese talen. Het aantal fonemen in het Romani komt overeen met dat van de zuidelijke Europese talen. Alle dialecten hebben vijf klinkers: i, e, a, o, u. Het consonantensysteem verschilt in slechts enkele aspecten van andere Europese talen. Er wordt gebruik gemaakt van geaspireerde stemloze plofklanken (ph, th, kh , čh), die karakteristiek zijn en herleid kunnen worden naar Indiase talen. In initiale positie zijn deze betekenis-onderscheidend:

Tabel 1. Geaspireerde stemloze plofklanken in het Romani.
Romani
Nederlands
Romani
Nederlands
perav
Ik val
pherav
Ik vul
tav
Kook
thav
Snoer
ker
Doe
kher
Huis

Tabel 2. Medeklinkers in het Romani. (http://romani.humanities.manchester.ac.uk)
phonemes.gif

Morfologie
Naamwoordverbuigingen
Het Romani heeft een rijke morfologie en gebruikt een systeem van naamvallen (nominatief, genitief, datief, accusatief, vocatief en ablatief) zoals in het Latijn. Romani heeft daaraan toegevoegd ook nog een locatief en instrumentalis. De woordeinden geven de functie van het woord in de zin aan.

Bijvoorbeeld het woord ‘slang’:
- sap subject
- sapes object
- sapeske ‘voor/aan een slang’
- sapestar ‘van een slang’
- sapesa ‘met een slang’
- sapeste na een voorzetsel (bijvoorbeeld: ‘tela sapeste’ betekent ‘onder een slang’)
- sapesko ‘van een slang’ (bijvoorbeeld ‘een beet van een slang’)

Dezelfde naamvalsmarkeringen kunnen worden toegevoegd aan meervouden (bijv. sap-en-ke: 'aan de slangen'). Alleen bij de nominatief zijn verschillende naamvalsmarkeringen voor enkelvoud en meervoud. Een ander verschil is dat woordeinden ook aan de vervoeging van het object kunnen worden toegevoegd. Rom (zigeunerman), wordt Romes in de accusatief, en het wordt Romestar wanneer ‘van/door de zigeunerman’ wordt bedoeld. Het morfeem -tar wordt dus toegevoegd aan de vorm Romes en niet aan Rom. Het Romani kent een mannelijk en vrouwelijk grammaticaal geslacht en bepaalde lidwoorden, in het Nederlands vergelijkbaar met ‘de’ en ‘het’, die mannelijk/vrouwelijk en neutraal aanduiden. Er zijn verschillende lidwoorden voor mannelijk, vrouwelijk, subject of non-subject, enkelvoud en meervoud. Deze worden vervoegd op een manier vergelijkbaar met het Duits (der, die, das, dem, den, enz.). In de naamwoorden wordt onderscheid gemaakt tussen levende en niet-levende zaken: deze worden verschillend vervoegd.

Werkwoordsvervoegingen
Het Romani kent vervoegingen voor 'ik, jij, hij, zij, wij, jullie' en 'zij' en is evenals als bijvoorbeeld het Italiaans, Spaans en Latijn een pro-drop taal. Dat wil zeggen dat het persoonlijk voornaamwoord kan vervallen, omdat de werkwoordvervoeging het onderwerp al in zich draagt. De meeste dialecten kennen geen infinitiefvorm. Als je wilt zeggen ‘ik wil gaan’ is dat letterlijk vertaald 'ik wil dat ik ga', nameliijk kamav te džav. Enkele dialecten kunnen wel nieuwe infinitiefvormen hebben. Er zijn ook andere morfemen die aan werkwoorden toegevoegd kunnen worden. Dikhel betekent ‘hij/zij ziet’, het afgeleide woord, dikhjol, betekent ‘het is zichtbaar, het lijkt, het is duidelijk’. Bij de verledentijd-vormen wordt er een element als d, l, n of t tussen de stam en de uitgang geplaatst. In het werkwoord 'luisteren' is het een -d-:

Tabel 3. Voorbeeld van verleden tijd in het Romani.
ik luister šun-av
jij luistert šun-es
hij/zij luistert šun-el
wij luisteren šun-as
jullie luisteren šun-en
zij luisteren šun-en
ik luisterde šun-d-um, šun-d-om, šun-d-em
jij luisterde šun-d-an, šun-d-al
hij/zij luisterde šun-d-as, šun-d-a
wij luisterden šun-d-am
jullie luisterden šun-d-an
zij luisterden šun-d-e

De uitgang -as (en in sommige dialecten –ahi) wordt gebruikt voor de imperfect-vorm waarin de actie plaatsvindt of waarin het een doorgaande actie betreft (šun-av-as: ‘ik luisterde, ik was aan het luisteren’, of šun-d-om-as; ‘ik had geluisterd’). Het Romani kent net als bijvoorbeeld het Fins, Iers, Russisch en Welsh niet het werkwoord ‘hebben’. Het werkwoord ‘zijn’ wordt gebruikt om bezit aan te duiden (‘het is van/aan mij’).


Syntaxis
De woordvolgorde in het Romani is flexibel en er zijn veel verschillende woordvolgordes toegestaan. De basiswoordvolgorde is werkwoord-subject: 'blaft de hond' waar in het Nederlands subject-werkwoord ('de hond blaft') gebruikelijk is. In het Nederlands zegt men ook 'er blaft een hond', maar dat is alleen wanneer het onderwerp onbepaald is. Wanneer er een subject en een object gebruikt worden, is de meest gebruikte woordvolgorde werkwoord-object-subject: 'bij de stok de hond' (vgl NL-svo: 'de hond bijt de stok'). Maar als iets onverwachts gebeurt, is de woordvolgorde doorgaans svo: 'de man ziet de hond'.

Pragmatiek
De term voor beleefdheid is in veel dialecten ‘pačiv’ of ‘pativ’ . De zin ‘te del pativ’ betekent letterlijk: ‘respect tonen’, maar ook ‘gastvrijheid tonen’ en ‘voedsel aanbieden’. Beleefdheid, respect tonen en gastvrij zijn worden zeer hoog gewaardeerd in de cultuur. In veel traditionele Roma-gemeenschappen wordt de gasten altijd en ongevraagd voedsel aangeboden. Het is onbeleefd om daar niet minimaal iets van te proeven. De gastheer of -vrouw bedankt de gast voor de gelegenheid die zij hebben gekregen om hun gastvrijheid te tonen. Andersom is ongebruikelijk, zelfs onbeleefd. Het is niet onwaarschijnlijk dat de gastheer- of vrouw dan zal reageren met ‘geen dank, jullie zijn niet onder Gadže (niet-Roma)’.

In het Romani wordt veel gebruik gemaakt van de gebiedende wijs, bijvoorbeeld ‘geef mij (mijn tas)…’. Dit in tegenstelling tot veel andere talen waarin ‘alsjeblieft’, of ‘wil je zo vriendelijk zijn om ……’ als beleefd gelden. Dergelijke handelingen worden als vanzelfsprekend beschouwd en het is dan ook niet gebruikelijk er voor te bedanken. Romani sprekers nemen dit patroon vaak over in de tweede taal, wat als onbeleefd beschouwd kan worden, maar wat het in hun ogen niet is.
Als de handeling minder vanzelfsprekend is kan het woord ‘ča’ (alleen) toegevoegd worden: ‘vertel mij alleen een klein verhaaltje’ en kan de toon en gezichtsexpressie veranderen.

Het Romani kent een grote rijkdom aan vaste of zelfbedachte uitdrukkingen die gebruikt worden om een mening te bevestigen of ontkrachten. Een voorbeeld van zo’n uitdrukking is: ‘dan mag ik wel dood zijn morgenochtend’. Of: ‘ik wou dat je alleen blafte, en niet sprak’, wanneer bijvoorbeeld een schoondochter zich onbeleefd uitdrukt tegenover haar schoonmoeder.

Roma vermijden publiekelijk bepaalde woorden waar een taboe op rust. Dit kan echter verschillen per gemeenschap, en is erg sterk bij de Sinti. Er wordt niet over bepaalde delen van het lichaam gesproken tussen mannen en vrouwen, seksualiteit wordt niet tussen oudere en jongere generaties besproken en er wordt niet over ziektes en toiletgebruik gesproken. Er wordt niet over overleden personen gesproken en het is niet gebruikelijk daar afbeeldingen van te hebben. Men gelooft dat de geest van een overleden persoon verder leeft en de nabestaanden kan helpen, maar ook straffen. Roma zijn over het algemeen gelovig, zonder dat zij een kerk of moskee bezoeken. Een Roma-gezegde is mi khangeri hin miro jilo: ’mijn hart is mijn kerk’. Individueel respect tonen voor God en goed leven zijn belangrijke waarden.

In het Romani wordt bij ontmoetingen letterlijk vertaald vaak ‘waar ga je heen?’ of ‘waar kom je vandaan?’ gevraagd. In Polen wordt doorgaans gevraagd hoe het met iemand gaat. Een eerlijk antwoord wordt dan verwacht. Deze begroetingen geven een mate van sociale controle aan zoals die bij Roma gebruikelijk is. Er kan ook ‘goedendag’ gezegd worden, soms aangevuld met ‘moge God je een mooie dag geven’. Bij het weggaan wordt doorgaans ‘ga met God’ of tegen degene die blijft ‘blijf bij God’ gezegd. En wanneer iemand op reis gaat: ‘gelukkige reis’.

In de Roma-gemeenschap is het niet gebruikelijk een niet-beleefd iemand direct te bekritiseren, ondanks de grote onderlinge sociale controle. Wanneer iemand zich niet volgens de romipen (Roma-normen) gedraagt, kan het voorkomen dat deze kritiek indirect door middel van een lied geuit wordt, gezongen door een ingehuurde zanger uit de gemeenschap. Een voorbeeld van zo’n lied is: “Oh, man, wat doe je? Je bent dag en nacht dronken. Al je geld geef je uit aan drank en wanneer je thuis komt, sla je je vrouw”. Op een dergelijke wijze kan iemand ook zijn excuus willen aanbieden, of spijt tonen. Dergelijke teksten kunnen op een vrolijke dansmelodie gezongen worden.


3. Verwervingsvolgorde in het Romani


Zoals alle kinderen leren Romani kinderen de taal in interactie met hun ouders, de gemeenschap en andere kinderen. Tot ongeveer 1990 is er geen onderzoek gedaan naar de taalverwerving van het Romani. Recente studies hebben aangetoond dat er geen grote verschillen zijn in taalverwerving tussen Romani kinderen en kinderen die andere talen verwerven. Roma-kinderen volgen grotendeels de universele stadia van taalverwerving, zoals te raadplegen in het schema.


4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Romani


Pas sinds ongeveer 1990 wordt onderzoek naar taalverwerving in het Romani gedaan. Wereldwijd is er, voor zover ons bekend, geen onderzoek naar TOS in Romani gedaan.


5. Literatuurverwijzingen


  • Bakker, P. (2001). Romanes. In: G. Extra & J.J. de Ruiter (red.). Babyon aan de Noordzee. Nieuwe talen in Nederland. Amsterdam: Bulaaq, 212-231.
  • Bakker, P., M. Hübschmannova e.a. (2000). What is the Romani language? Centre de recherches tsiganes. University of Hertfordshire Press.
  • Kyuchukov, H. (1999). Early acquisition of Romani (Gypsy) language. In: Proceedings from the 5th International Congress of ISAPL, pp. 329-337.
  • Kyuchukov, H. (1999). Acquisition of Romani Morphology.Linguistische Studien, 51, pp. 83-95.
  • Matras, Y. (2002). Romani: a linguistic introduction. Cambridge University Press.
  • Nieuwenhuizen, E. (2004). Roma en Sinti in Nederland – Factsheet van het NPRD (nationaal platform voor overleg en samenwerking tegen racisme en discriminatie) .
  • Seuren, W. & J. Simons (2003). Een wereld te winnen. Onderwijs aan woonwagen- en zigeunerkinderen, KPC groep i.s.m. het LISD (Landelijk Informatie- en steunpunt Specifieke Doelgroepen).

Websites