Auteurs van deze pagina: Elianne de Ruiter, Iris Bulters en Judith van der Linden

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Aangezien het Kantonees erg verschilt van het Nederlands, worden er problemen verwacht als sprekers van het Kantonees de Nederlandse taal leren. Deze problemen zijn het gevolg van transfer en komen voor op het gebied van de fonologie, de morfologie, de syntaxis en de pragmatiek. Het is ook mogelijk dat deze problemen worden veroorzaakt als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis (TOS), maar dit hoeft niet zo te zijn.

Fonologie
Uitspraak
Wat betreft de klanken zijn er duidelijke verschillen tussen Kantonees en Nederlands. Het Nederlands maakt een onderscheid tussen stemhebbende en stemloze plosieven en fricatieven. Omdat het Kantonees dit onderscheid niet kent, zou de verwerving van het onderscheid tussen stemloze en stemhebbende klanken door Kantonees-Nederlandse kinderen bemoeilijkt kunnen worden. Daarnaast kunnen de /f/, /s/ en /l/ in het Kantonees alleen aan het begin van een syllabe voorkomen, maar in het Nederlands kunnen deze klanken ook aan het einde van een syllabe voorkomen. Ook dit zou voor problemen kunnen zorgen bij de fonologische verwerving van het Nederlands door Kantonees-Nederlandse kinderen. Hieronder volgt een overzicht van alle consonanten die alleen in het Nederlands, en niet in het Kantonees, voorkomen en dus moeilijk te verwerven zouden kunnen zijn.

- Plosief – stemhebbend: /b/, /d/ en /g/ (NB: de /g/ als in goal wordt in het Nederlands met een <k> geschreven, maar is wel hoorbaar in combinatie met een andere stemhebbende medeklinker, als in zakdoek)
- Fricatief – stemloos: /x/ en /ʃ/
- Fricatief – stemhebbend: /v/, /z/, /ɣ/ en /ʒ/
- Vloeiklank: /r/
- Affricaten: /dz/, /tʃ/ en /dʒ/ (NB: deze gemengde consonanten komen voornamelijk voor in woorden van vreemde herkomst, als in pizza, tsjilpen en gin)

Verder onderscheidt het Kantonees minder vocalen, maar meer tweeklanken dan het Nederlands. Het ligt in de lijn der verwachting dat Kantonees-Nederlandse kinderen moeite kunnen hebben met het verwerven van de vocalen die het Kantonees niet kent, te weten: /ʏ/, /ɪ/, /y/, /ɑ/ en de /ə/. Problemen met de Nederlandse tweeklanken zijn minder waarschijnlijk, omdat de tweeklanken die het Nederlands kent, grotendeels overeenkomen met enkele van de Kantonese tweeklanken.

Syllabestructuur
Het Kantonees kent, op /kw/ en /kwh/ na, geen consonantclusters. Voor Kantonees-Nederlandse kinderen zou dit moeilijkheden kunnen geven met het verwerven/produceren van de Nederlandse consonantclusters.

Morfologie
Verbuigingen
Het Kantonees kent geen verbuigingen, waardoor sprekers van het Kantonees mogelijk moeite hebben met het verbuigen van zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden. Daarnaast bestaat er de kans dat Kantonees-Nederlandse kinderen zelfstandige naamwoorden dupliceren om de betekenis te veranderen of te benadrukken of zelfs classificeerders gebruiken om een zelfstandig naamwoord te vervangen.

Vervoegingen
Ook kent het Kantonees geen vervoegingen van het werkwoord. Hier zullen de Kantonese sprekers mogelijk problemen mee hebben als gevolg van transfer. Mogelijk zullen zij werkwoorden niet vervoegen en zullen zij moeite hebben met het formuleren van congruerende zinnen.

Lidwoorden
Het is mogelijk dat Kantonees-Nederlandse kinderen moeite hebben met het (juiste) gebruik van lidwoorden, omdat het Kantonees geen lidwoorden kent.

Geslacht
Kantonese sprekers maken geen onderscheid tussen hij, zij en het bij de derde persoon enkelvoud om het geslacht aan te geven. Dit kan bij Kantonees-Nederlandse kinderen leiden tot problemen, wanneer zij in het Nederlands dit onderscheid wel dienen te maken.

Negatie
In tegenstelling tot het Nederlands, maakt het Kantonees gebruik van dubbele ontkenningen. Mogelijk zullen Kantonese sprekers dubbele ontkenningen toepassen in de Nederlandse taal. Ze hebben waarschijnlijk moeite om onderscheid te maken tussen ‘geen’ en ‘niet’.

Syntaxis
Woordvolgorde
Het Kantonees heeft net als het Nederlands de woordvolgorde SVO. Toch kan deze woordvolgorde in het Kantonees in sommige gevallen afwijken, zoals bij zinnen over het weer, topicalisatie en informeel taalgebruik. Het kan hierdoor voorkomen dat Kantonese sprekers soms de verkeerde woordvolgorde gebruiken in het Nederlands.

Vraagzinnen
Nederlandse vraagzinnen hebben een andere woordvolgorde dan declaratieve zinnen. Deze structuurverandering kent het Kantonees niet. Het wordt verwacht dat sprekers van het Kantonees fouten maken in de woordvolgorde van vraagzinnen.

Pragmatiek
De Chinese cultuur verschilt veel van de Nederlandse cultuur. De Nederlandse cultuur is voornamelijk individualistisch en Nederlanders zijn direct in hun communicatie. Ook in de totale houding ten opzichte van anderen verschillen Chinezen en Nederlanders van elkaar. Nederlanders zijn gewend te participeren in een conversatie, ook als dit is met iemand die hoger staat dan jezelf. Daarom wordt verwacht dat Chinezen in Nederland vaak de luisteraarrol zullen aannemen bij iemand met een hogere status. Ook zullen zij waarschijnlijk veel beleefdheidsvormen gebruiken in de Nederlandse taal.

Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Aan de hand van wat er tot nu toe bekend is over TOS in het Kantonees, kunnen de volgende vragen gesteld worden aan de ouders van een Chinees kind:

  • Laat het kind affixen weg?
  • Gebruikt het kind de juiste woordvolgorde bij declaratieve zinnen?
  • Gebruikt het kind de juiste woordvolgorde in passieve zinnen?
  • Gebruikt het kind de juiste woordvolgorde in vraagzinnen?
  • Heeft het kind moeite met aspect?
  • Laat het kind voornaamwoorden weg?

1. Algemene informatie over het Kantonees

Het Kantonees is, na het Mandarijn, de meest bekende en invloedrijke variant van het Chinees en behoort tot het Yue, een van de zuidelijke dialectfamilies van het Chinees. Het Yue valt op zijn beurt weer onder de Chinese taalfamilie van het Sino-Tibetaans. Het Kantonees wordt voornamelijk gesproken in het zuiden van China: in de provincies Guangdong en Guangxi en in de regio’s van Hong Kong en Macau. Ook binnen het Kantonees zijn honderden varianten te vinden, die per dorp of regio kunnen verschillen, maar het Kantonees waaraan meestal gerefereerd wordt is het Hongkong-Kantonees. Het Kantonees wordt beschouwd als de lingua franca van de zuidelijke gebieden en is het Chinese dialect dat het meest beïnvloed is door Europese talen (met name het Engels en het Portugees). Buiten China wordt het Kantonees het meest gesproken in de Verenigde Staten, Canada, Australië, Singapore en Maleisië. De schattingen van het wereldwijde aantal moedertaalsprekers van het Kantonees lopen sterk uiteen: van 55 miljoen sprekers van alle Yue-dialecten samen tot 67 miljoen Kantoneessprekers. De taal wordt, ook door zijn moedertaalsprekers, gezien als dialect, maar door de snelle economische groei van de zuidelijke provincies krijgt het Kantonees steeds meer prestige.

external image Idioma_canton%C3%A9s.png
Figuur 1: Chinese regio's waar het Kantonees gesproken wordt.
Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kantonees

Een belangrijk kenmerk van het Kantonees is het gebruik van tonen. Afhankelijk van de telwijze heeft de taal zes of negen tonen. Dit zijn er meer dan in het Mandarijn, dat vier tonen en een neutrale toon heeft. Een ander opvallend kenmerk van talen van de Chinese taalfamilie is een nagenoeg zuiver isolerende grammatica, wat inhoudt dat het nauwelijks tot geen inflecties kent. Ook dit kenmerk is terug te vinden in het Kantonees.

Het Kantonees is in essentie een gesproken taal, maar kan ook geschreven worden met Chinese karakters (Hanzi). Het Kantonese schrift is gebaseerd op dat van het Mandarijn en tussen beide schriften is geen duidelijk onderscheid te maken. Daarnaast kan het Kantonees ook met behulp van het Latijnse alfabet geschreven worden. Dat kan volgens verschillende schrijfsystemen (Yale, Sidney-Lau, Jyutpin), die met name van elkaar verschillen in de transcriptie van de tonen, wat blijkt uit onderstaand voorbeeld:
think.png'think’
1. Yale: lám
2. Sidney-Lau: lam2
3. Jyutping: lam2

2. Specifieke informatie Kantonees (fonologie, morfologie, syntaxis, pragmatiek)


Fonologie
Tonen
Tonen zijn in het Kantonees betekenisonderscheidend: een verandering van de toon van een syllabe kan leiden tot een betekenisverandering. Elke syllabe moet één van de zes tonen hebben. De verschillende tonen die het Kantonees onderscheidt, zijn (zie ook Figuur 2):

1. Hoog
2. Hoog stijgend
3. Middelhoog
4. Laag dalend
5. Laag stijgend
6. Laag

Tonen.png
Figuur 2: De zes verschillende tonen van het Kantonees.
Bron: Wikipedia: 'Cantonese phonology' - http://en.wikipedia.org/wiki/Cantonese_phonology

Naast het Chinese schrift met karakters wordt het Yale-systeem ook veel gebruikt. In dit systeem worden de tonen aangegeven met behulp van diakritische tekens en bij lage tonen wordt een h toegevoegd. Hieronder volgt een overzicht van de schrijfwijzen van de verschillende tonen.
1. Hoog
yāu
‘zorg’, ‘rust’
2. Hoog stijgend
yáu
‘verf’
3. Middelhoog
yau
‘dun’
4. Laag dalend
yàuh
‘olie’, ‘zwemmen’
5. Laag stijgend
yáuh
‘hebben’, ‘vriend’
6. Laag
yauh
‘opnieuw’
Naast de zes tonen die hierboven genoemd zijn, zijn er nog drie tonen (hoog, middel en laag) die in wezen allofonen van de andere zes tonen zijn. Dat is ook de reden dat deze soms wel en soms niet meegeteld worden. Deze drie toonallofonen worden gebruikt als de eindklank een plosief (/p/, /t/, of /k/) is. Fonetisch gezien zijn deze tonen en samensmelting van een toon en een eindconsonant. Deze drie samensmeltingen van tonen en consonanten buiten beschouwing gelaten, treden er bij Kantonees tonen geen toonveranderingen op als gevolg van fonologische context.

Consonanten
Het Kantonees heeft zeventien beginconsonanten, twee consonantclusters die aan het begin van een syllabe voor kunnen komen en acht eindconsonanten.

In Tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de consonanten die het Kantonees kent. Ook de twee consonantclusters, /kw/ en /kwh/, zijn in de tabel opgenomen. De dikgedrukte klanken kunnen zowel aan het begin als aan het eind van een syllabe voorkomen; de overige klanken kunnen alleen aan het begin van een syllabe voorkomen.

Tabel 1: Consonanten van het Kantonees. De dikgedrukte consonanten kunnen zowel begin- als eindconsonant zijn, de overigen alleen beginconsonant.


Labiaal
Aveolair
Palataal
Velair
Glottaal



normaal
Sisklank

normaal
labiaal

Nasaal

m
n


ŋ


Plosief
normaal
p
t
t͡s

k
kw


geaspireerd
ph
th
t͡sh

kh
kwh

Fricatief

f

s



h
Approximant


l

j

w

Bron: So & Dodd (1995).

Deze klanken komen deels overeen met de klanken die het Nederlands kent. Het Kantonees maakt een onderscheid tussen plosieven met en plosieven zonder aspiratie. De plosieven worden aan het eind van een syllabe niet volledig gerealiseerd, dat wil zeggen: wanneer een /p/ aan het eind van een syllabe staat, worden de lippen wel gesloten, maar wordt de lucht niet weer ‘vrijgelaten’, de lippen blijven gesloten. Daarnaast zijn de /f/, /s/ en /l/ klanken die in het Kantonees alleen aan het begin van een syllabe voor kunnen komen. Ook dit zou voor problemen kunnen zorgen bij de fonologische verwerving van het Nederlands door Kantonees-Nederlandse kinderen.

Vocalen en tweeklanken
In Figuur 3 worden de acht verschillende vocalen die het Kantonees onderscheidt, weergegeven. Al deze vocalen hebben een korte en een lange variant. Hoewel de duur van de vocaal geen onderscheid makend aspect is, wordt het wel gezien als een relevant en belangrijk aspect van de vocalen.

Vocalen.png
Figuur 3: Overzicht van de Kantonese vocalen.
Bron: Wikipedia: 'Cantonese phonology' - http://en.wikipedia.org/wiki/Cantonese_phonology

Dit zijn minder vocalen dan het Nederlands onderscheidt. Het Kantonees heeft wel beduidend meer tweeklanken, namelijk tien: /ei/, /ai/, /a:i/, / ɔi/, /ui/, /au/, /a:u/, /iu/, /ou/ en /œy/.

Syllabestructuur
De syllabestructuur van het Kantonees is relatief eenvoudig. Er zijn twee syllabische nasalen, de /m/ en de /ŋ/, en alle overige syllabes hebben eenzelfde structuur: [C] - [G] - [V] - [C/G], waarbij G staat voor glijklank (approximant). Het aantal segmenten kan variëren van één tot vier; waarbij de klinker een verplicht element is. Daarnaast kent het Kantonees bijna geen consonantenclusters, alleen: /kw/ en /kwh/.

Morfologie
Het Kantonees staat, net als andere talen van de Chinese taalfamilie, bekend als sterk geïsoleerde toontaal met een arme morfologie. Dit heeft in veel westerse landen onterecht tot het idee geleid dat het Kantonees alleen maar monosyllabische woorden heeft; door DeFrancis (1984) ook wel de Monosyllabic Myth genoemd. Hoewel het Kantonees inderdaad weinig inflecties kent – in ieder geval niet voor persoon, getal, geslacht en naamval – kent de taal wel degelijk morfologische processen.

Woordvorming
Er zijn over het algemeen drie manieren waarop een woord gevormd kan worden in het Kantonees, namelijk door middel van:
1. Affixen
2. Reduplicatie
3. Samenstellingen

1. Het Kantonees kent relatief weinig affixen om afgeleide woorden te vormen. Hieronder worden enkele van de pre- en suffixen die het Kantonees kent, weergegeven (voor meer pre-, suf- en andere affixen, zie Matthews & Yip, 1994, 2011).

fáan-: prefix voor werkwoord, bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord; vergelijkbaar met anti-, tegen-.
fáan-mihn
‘omgekeerde, tegendeel’
fáan-waih
‘ziek voelen’ (let. draaien-maag)
làahn-: prefix voor negatief bijvoeglijk naamwoord; vergelijkbaar met on … baar.
làahn-chāk
‘onvoorspelbaar’
làahn-díng
‘ondraaglijk’
m-: prefix voor bijvoeglijk naamwoorden en werkwoorden; geeft het woord een negatieve lading.
m-syūfuhk
‘ongemakkelijk’, ‘ziek’
m-hahpgaak
‘niet bekwaam’, ‘niet bevoegd’
m-geidāk
‘vergeten’ (let. niet-onthouden)
-gā: suffix met betrekking tot een specialist op een bepaald gebied.
yúhyìhn-hohk-gā
‘taalkundige’ (let. taalkunde-suffix voor persoon)
yāmngohk-gā
‘musicus’ (let. muziek-suffix voor persoon)
-fa: suffix dat van zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord een werkwoord maakt.
fó-fa
‘cremeren’ (let. vuur-suffix)
yihndoih-fa
‘moderniseren’ (let. modern-suffix)

2. Reduplicatie is karakteristiek voor het Kantonees en kan onder andere worden toegepast om de betekenis van een woord iets aan te passen of iets te benadrukken. Maar het kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden om verwantschap aan te tonen of wanneer men tegen baby’s of kleine kinderen praat. Hieronder volgen enkele voorbeelden van reduplicatie.
sīk > sīk- sīk-déi
‘weten’ > ‘een beetje weten’
chìh > chìh yāt chìh
‘laat’ > ‘erg laat’
yèhyé
‘grootvader’
yám-lāai-lāai
‘drink melk-melk’

3. Twee of meerdere morfemen kunnen aan elkaar geplakt worden om zo een nieuwe betekenis te creëren. Deze nieuwe betekenis is niet altijd voorspelbaar op grond van de betekenis van de afzonderlijke morfemen. De woorden in een samenstelling kunnen tot dezelfde woordcategorie behoren – bijvoorbeeld twee zelfstandig naamwoorden of twee bijvoeglijk naamwoorden – maar ook tot een verschillende woordcategorie – een werkwoord met een object of een bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord. Wederom volgen hieronder enkele voorbeelden.
hēung-séui
‘parfum’ (let. geur-water)
síu-sām
‘voorzichtig’ (let. klein-hart)
haap-chou
‘jaloers zijn’ (let. nippen/slurpen-azijn)

Lidwoorden
Het Kantonees kent geen lidwoorden. Het woord yāt, ‘één’, kan als onbepaald lidwoord gebruikt worden en refereert dan naar een onbepaald object of persoon.

Persoonlijke voornaamwoorden
De persoonlijk voornaamwoorden zijn de enige Kantonese woorden die een aparte vorm voor het meervoud hebben. Dit meervoud wordt over het algemeen gevormd door het affix –deih­. Verder wordt er, in zowel de gesproken als de geschreven taal, geen onderscheid gemaakt tussen hij, zij en het. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende persoonlijk voornaamwoorden:

Enkelvoud
Meervoud
1.
ngóh
ngóhdeih
2.
léih
léihdeih
3.
kéuih
kéuihdeih

Aanwijzende voornaamwoorden
Het Kantonees heeft verschillende soorten aanwijzend voornaamwoorden. , ‘dit’, en , ‘dat’, worden gebruikt als er naar iets gewezen wordt of wanneer er gerefereerd wordt aan een zelfstandig naamwoord. Daarnaast zijn er aparte aanwijzend voornaamwoorden om te verwijzen naar bijvoorbeeld tijdsuitdrukkingen of meervoudige of ontelbare items. Een uitgebreid overzicht is te vinden in Matthews & Yip (1994, 2011).

Classificeerders
Zoals in het Nederlands zelfstandig naamwoorden worden ingedeeld op geslacht, zo worden in het Kantonees zelfstandig naamwoorden en werkwoorden geclassificeerd op basis van vorm, functie en soort. Er zijn veel verschillende classificeerders, meer dan 60, en de keuze voor een classificeerder vaak niet voorspelbaar. Een van de belangrijke functies van een classificeerder is dat het een zelfstandig naamwoord kan vervangen, zoals blijkt uit onderstaand voorbeeld, waar jek het zelfstandig naamwoord vervangt (de betekenis van de afkortingen in de letterlijke vertalingen zijn onderaan deze pagina te vinden).

Gó jek géi dō chín a?
Die een hoe veel geld PRT
‘Hoeveel kost die/deze?’

Partikels
Een belangrijk aspect van het Kantonees is het veelvuldige gebruik van zinsfinale partikels, welke diverse communicatieve (pragmatische) functies hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld aangeven waar je die kennis vandaan hebt, laten zien dat het om een vraag of een verzoek gaat of ze worden gebruikt om affectie of emotie te tonen. Deze partikels zijn vaak moeilijk letterlijk te vertalen naar het Nederlands, maar zorgen in het Kantonees dus voor belangrijke en subtiele nuances.

Negatie
Het Kantonees heeft verschillende negatiemogelijkheden: een woord, een bijvoeglijk naamwoord of een werkwoord kan ontkend worden. Ook maakt het Kantonees veelvuldig gebruik van een dubbele ontkenning. Negatiewoorden beginnen in het Kantonees met de nasale consonant m- in combinatie met een toon uit het lage register (toon 4-6), zoals bijvoorbeeld:
M̀h
‘niet’
Mhaih
‘nee, ’niet’
Móuh
‘niet hebben’
Meih
‘nog niet’

Bij de ontkenning van een bijvoeglijk naamwoord komt de negatie voor het bijvoeglijk naamwoord en ook bij werkwoorden is dit het geval. Echter, wanneer er verbale partikels gebruikt worden, komt de negatie tussen het werkwoord en het partikel in. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

Gihn sāam m̀h leng.
CL shirt niet leuk
‘Dat shirt ziet er niet leuk uit.’

Gām-yaht ngóh m̀h gin haak.
Vandaag ik niet zien cliënt
‘Vandaag zie ik geen cliënten.'

Leenwoorden
Het Kantonees is, dankzij meer dan 300 jaren van contact, beïnvloed door het Engels. Veel leenwoorden uit het Engels zijn zo ingeburgerd dat zij Chinese karakters hebben en veel sprekers van het Kantonees denken dat het Chinese woorden zijn, bijvoorbeeld tsī-sih ‘cheese’.

Syntaxis
Gezien het feit dat het Kantonees zeer weinig grammaticale morfologie kent, is het grotendeels afhankelijk van de woordvolgorde om grammaticale relaties als subject en object uit te drukken. Dit heeft tot gevolg dat de woordvolgorde, [subject-verb-object], van het Kantonees redelijk vast staat. Onderstaande zinnen illustreren dat de woordvolgorde moet bepalen wat het subject is en wat het object, omdat het werkwoord geen informatie geeft over de persoon en de persoonlijke voornaamwoorden in de subjectpositie dezelfde vormen hebben als in de objectpositie.

Ngóh ngoi kéuih.
Ik houden van hem/haar
‘Ik houd van haar.’

Kéuih ngoi ngóh.
Hij/zij houden van mij
‘Zij houdt van mij.’

Naast deze SVO-basiswoordvolgorde zijn er vier belangrijke afwijkende woordvolgordes:
1. [subject-object-verb]
2. [verb-subject] / subject-verb inversie
3. Dislocatie naar rechts
4. Topicalisatie

1. De SOV-volgorde kan voorkomen in constructies met dōu en in gevallen van topicalisatie waarbij het topic na het subject komt (zie ook topicalisatie). De onderstaande zinnen geven van beiden een voorbeeld.

Ngóh Yīnggwok meih heui-gwo.
Ik Engeland nog niet gaan-EXP
‘Ik ben nog niet in Engeland geweest.’

Ngóh fūk-fūk wá dōu séung máaih.
Ik CL-CL schilderij alle willen kopen
‘Ik wil alle schilderijen kopen.’

2. Met bepaalde soorten intransitieve werkwoorden verschijnt het subject na het werkwoord. Dit geldt onder andere voor woorden die beweging uitdrukken of die met het weer, verschijnen, verdwijnen en gebeurtenissen te maken hebben. Bijvoorbeeld:

Yìhgā lohk-gán yúh.
Nu vallen-PROG regen
‘Het regent nu.’

Gāmyaht chēutyihn-jó yāt tìuh sāyùh.
Vandaag verschijnen-PFV een CL haai
‘Vandaag verscheen een haai.’

3. In informeel taalgebruik kan het subject naar het eind van de zin/het zinsdeel verplaats worden, zoals blijkt uit onderstaand voorbeeld.

Géi leng wo, dī sāām.
Heel leuk PRT CL kleren
‘Heel leuk, die kleren.’

4. Om extra nadruk op een woord of woordgroep te leggen, kan het naar het begin van de zin verschoven worden. Bij de meest voorkomende vorm van topicalisatie wordt het object aan het begin van de zin geplaats. Een minder frequent gebruikte vorm van topicalisatie volgt het topic na het subject. Van beide vormen volgt hieronder een voorbeeld.

Nī dī yéh móuh yàhn sīk ge.
Dit CL spul niet persoon weten PRT
‘Niemand kent dit spul.’

Kéuih Hēunggóng jihnghaih sīk Gáulùhng.
Hij/zij Hongkong alleen weten Kowloon
‘In Hong Kong kent ze alleen Kowloon.’

Vraagzinnen
Vraagzinnen hebben dezelfde woordvolgorde als declaratieve zinnen in het Kantonees. De eenvoudigste manier om aan te geven dat het om een vraag gaat is het toevoegen van een partikel aan het eind van de zin. In tegenstelling tot het Mandarijn heeft het Kantonees geen algemeen vraagpartikel, maar het partikel àh drukt verbazing of afkeuring uit en kan aan een zin worden toegevoegd om zo een vraag te vormen. Hieronder volgt een voorbeeld.

Léih hah go láihbaai fong-ga àh?
Jij volgende CL week nemen-weggaan PRT
'Jij gaat volgende week weg?'


Onderschikking
Het Kantonees kent het begrip onderschikking net als vele talen. Het wordt echter wel op een andere manier gevormd dan in bijvoorbeeld Nederlands en Engels. In het Nederlands is er een duidelijke hiërarchische relatie tussen de hoofdzin en bijzin, in het Kantonees is deze relatie meer symmetrisch. Matthews en Yip (2013) noemen de volgende eigenschappen van onderschikkende zinnen in het Kantonees:

1. In veel constructies begint zowel de hoofdzin als de ondergeschikte zin met een voegwoord.
voorbeeld 1 kantonees.png








2. Sommige constructies hebben een voegwoord zowel aan het begin als aan het einde van de ondergeschikte zin.
voorbeeld 2 kantonees.png

3. De woordvolgorde in de zin verandert bij onderschikking. In het Kantonees wordt een reden, doel of tijdsaanduiding voor het hoofdwerkwoord gezet.
voorbeeld 3 kantonees.png

4. Het voegwoord kan zowel voor als na het hoofdwerkwoord komen te staan.
voorbeeld 4 kantonees.png

5. Een naam of persoonlijk voornaamwoord kan ook vooraan de zin worden gezet.
voorbeeld 5 kantonees.png

Pragmatiek
In China is men vooral gericht op de groep en intermenselijke relaties. Chinezen hebben beleefdheid, respect en waardigheid hoog in het vaandel staan en om te voorkomen dat ze hun gesprekspartner voor het hoofd stoten of beledigen, zullen zij minder direct communiceren. Deze culturele verschillen worden op diverse manieren zichtbaar in het Kantonees. De taal kent op allerlei gebieden verschillende manieren om beleefdheid of respect uit te drukken. Een voorbeeld is het hierboven genoemde suffix -gā. Dit suffix geeft aan dat iemand specialist is, maar drukt tegelijkertijd ook een zekere afstand uit. Wágā, bijvoorbeeld, suggereert dat iemand een professioneel kunstenaar is en geen amateur. In China is het niet gebruikelijk om te participeren in een conversatie met iemand die hoger staat. Daarom heeft de degene die lager in de hiërarchie staat veel meer de rol van luisteraar. Omdat kinderen in die hiërarchie lager staan dan volwassenen, zou dat ertoe kunnen leiden dat Kantonese kinderen veel meer afwachtend in hun communicatie zijn en dus minder uit zichzelf praten.
Een ander voorbeeld is het gebruik van imperatieven om verzoeken en bevelen te uiten, wat, in vergelijking met Nederlandse constructies als "zou je even…", zeer direct of onbeleefd kan overkomen. Echter, in dergelijke situaties worden vaak partikels gebruikt en daarmee wordt de directheid van het verzoek verzacht. Zonder partikel zou de uiting ook in het Kantonees onbeleefd zijn. Hieronder volgt een voorbeeld:

Léih ló fahn boují làih ā.
Jij brengen CL krant komen PRT
'Breng de krant hier, wil je?'

3. Verwervingsfases van bovenstaande domeinen in het Kantonees


Fonologie
Er is zeer weinig onderzoek gedaan naar de fonologische verwerving bij Kantonese kinderen; bovendien beschrijven de meesten een casestudy van één of enkele kinderen. Onderstaande bevindingen zijn dus bijna allemaal gebaseerd op onderzoeken met een beperkt aantal kinderen (behalve het onderzoek van So en Dodd, 1994)

Tonen en vocalen
Tonen worden relatief vroeg verworven door Kantonese kinderen, waarschijnlijk omdat veel woorden zich op basis van toon van elkaar onderscheiden. Ook de vocalen worden vroeg verworven. De kinderen uit een studie van So & Dodd (1995) hadden de tonen en vocalen op tweejarige leeftijd verworven. K.-P. Tse (1978) heeft een casestudy beschreven en onderscheidt met betrekking tot de toonverwerving de volgende drie fasen:

- Fase 1: 1;2-1;4 jaar: Verwerving hoge (1) en laag-dalende (4) toon.
- Fase 2: 1;5-1;8 jaar: Verwerving middelhoge (3) en hoog-stijgende (2) toon + de drie toonallofonen.
- Fase 3: 1;9 jaar: Verwerving laag-stijgende (5) en lage (6) toon.

Consonanten
De verwervingsvolgorde van de fonemen door Kantonese kinderen is vergelijkbaar met de volgorde waarin Engels-sprekende kinderen de fonemen verwerven. So & Dodd (1994) hebben op basis van hun onderzoek bij 268 Kantonese kinderen tussen de twee en vier jaar de verwervingsvolgorde in kaart gebracht, zoals te zien is in tabel 2.
Tabel 2. Leeftijden waarop de consonanten op de begin- en eindposities van syllabes verschijnen in het taalgebruik van Kantonese kinderen (n = 268).

90% Criterium
70% Criterium
Leeftijd
Beginpositie
Eindpositie
Beginpositie
Eindpositie
2;0-2;5
n p t j
j w
p t m n ŋ h w j k l
j w m p t
2;6-3;0
m w ŋ
m
f s ph t͡s
n k
3;0-3;5
h k
p n
th kh t͡sh
ŋ
3;6-4;0
i ph th kh
k ŋ


4;0-4;5
f s t͡s
t


>4;6
t͡sh



Bron: So & Dodd (1994).

De ontwikkelingsfouten die in de studies het meest gesignaleerd zijn, zijn assimilatie, clusterreductie en systematische simplificatie. De simplificaties bestonden met name uit velaire plosieven die gerealiseerd werden als alveolairen (fronting) en fricatieven en affricaten die, op dezelfde articulatieplaats, gerealiseerd werden als plosieven (stopping). Al deze verwervingsfouten zijn ook veelvoorkomende fouten bij anderstalige kinderen (bijv. Engelstalige kinderen).

Morfologie
Classificeerders
Kantonese kinderen verwerven eerst voornamelijk classificeerders voor zelfstandig naamwoorden (en enkele voor werkwoorden). Binnen de zelfstandig naamwoord classificeerders verwerven de kinderen eerst classificeerders die te maken hebben met meetbaarheid, levenloze en concrete objecten. Uit diverse onderzoeken blijkt dat Kantonese kinderen in de vroege ontwikkelingsfase een sterke voorkeur hebben voor de algemene classificeerder go en dat het (juiste) gebruik van classificeerders met de jaren toeneemt. Tse, Li & Leung (2007) deden onderzoek naar de verwerving van classificeerders en vonden dat driejarigen grotendeels de basis syntaxis van de classificeerders verworven hadden en dat zij classificeerders gebruikten waar dat vereist is.

Verdere taalverwerving
Verder is er weinig onderzoek gedaan naar de verwerving van het Kantonees op het gebied van morfologie, syntaxis en pragmatiek. Hier en daar zijn enkele aspecten al wel onderzocht, maar dit betreft onderwerpen die te specifiek zijn voor deze pagina.

4. Onderzoek naar taalstoornissen in Kantonees


Uit onderzoeken naar taalontwikkelingsstoornissen bij, met name Engels-sprekende, kinderen blijkt dat kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) een vertraagde ontwikkeling hebben en onder andere moeite hebben met morfo-syntactische inflecties (die vaak ook minder fonetische substantie hebben), tijd, aspect en wh-vragen, die verplaatsing vereisen. In de afgelopen twee decennia zijn er, op basis van bekende struikelblokken voor Engels TOS-kinderen, ook onderzoeken naar Kantonees-sprekende kinderen met TOS gedaan, waaruit deels dezelfde problemen naar voren kwamen.

Wh-vragen
Omdat het Kantonees bijvoorbeeld geen inflecties kent voor persoon, getal, geslacht en tijd, is het meeste onderzoek naar TOS in het Kantonees met name gericht op andere aspecten. Wong et al. (2004) deden onderzoek naar wh-subject en wh-object vragen en vonden dat Kantonese TOS-kinderen met betrekking tot de object-vragen (zie voorbeeldzinnen hieronder) minder accuraat presteerden dan kinderen met een normale taalontwikkeling. Dit gold niet voor de wh-subject vragen. Volgens Fletcher et al. (2009) kan dit verschil veroorzaakt worden door het verschil in animacy (leven versus levenloosheid van de referent) tussen het subject en het object.

Zyūzyū sek hùngzái.
Big kuste Teddybeer
‘Big kuste Teddybeer.’

Zyūzyū sek bīngo aa?
Big kussen wie SFP
‘Wie kuste Big?’

Passieve zinnen
Uit onderzoek naar passieve zinnen, welke een afwijkende woordvolgorde hebben in het Kantonees, blijkt dat TOS-kinderen daar minder accuraat op presteren dan kinderen met een normale taalontwikkeling. Op basis van dat onderzoek concluderen Fletcher et al. (2009) dat Kantonese kinderen met TOS niet, zoals te verwachten valt, slechts focussen op de basiswoordvolgorde van de zin en bij afwijkende woordvolgordes terug vallen op de SVO-basisvolgorde. Zij stellen dat het erop lijkt dat TOS-kinderen ook gevoelig lijken voor woordvolgorde cues in het algemeen.

Aspect
Gezien het optionele karakter en de afhankelijkheid van specifieke pragmatische condities is het te verwachten dat Kantonese TOS-kinderen moeite hebben met aspect. Het Kantonees is, vergeleken bij het Engels, rijk aan aspect: het kent zes morfemen met aspect. Twee voor het perfectum, twee voor het imperfectum, één voor het markeren van een herhaaldelijke handeling of een gewoonte en één die wordt omschreven als delimitatief, welke aangeeft dat de situatie slechts een bepaalde tijd duurt. Alle aspect-morfemen zijn gebonden morfemen en verschijnen direct na het werkwoord waar ze bij horen (in geval van werkwoordsamenstellingen verschijnt het morfeem tussen te werkwoorden). Belangrijk is dat deze aspect-morfemen geen inflecties zijn en ook geen morfologische processen ondergaan. Een ander belangrijk punt is dat deze aspectmarkeerders optioneel zijn: voor elke context waar een aspectmarkeerder voorkomt, is dezelfde zin mogelijk zonder de aspectmarkeerder; hoewel er wel contexten zijn waarin het gebruik van een aspectmarkeerder wel een sterke voorkeur heeft. Dit optionele karakter van aspectmarkeerders zorgt er, volgens Fletcher et al. (2009), voor dat Kantonese kinderen veel uitingen zullen horen zonder aspectmarkeerders en deze variabiliteit zorgt ervoor dat het voor TOS-kinderen langer zal duren eer zij de aspectmarkeerders verworven hebben. Zij zullen minder aspectmorfemen gebruiken dan kinderen met een normale taalontwikkeling en ook zal het langer duren voor zij de aspectmarkeerder gebruiken wanneer dat wenselijk is.

Lexicale diversiteit
Uit onderzoek van Stokes & Fletcher (2000) bleek dat Kantonese TOS-kinderen meer woorden uit de open dan uit de gesloten woordklasse gebruikten. De kinderen met een normale taalontwikkeling gebruikten daarentegen meer woorden uit de gesloten woordklasse. Deze verschillen golden alleen voor de zelfstandig naamwoorden en niet voor de werkwoorden.

5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen


Samenvatting
Het Kantonees is een taal die ver van het Nederlands afstaat. Op het gebied van de fonologie zijn de verschillen heel duidelijk. Het Kantonees maakt gebruik van tonen: elke syllabe moet één van de zes tonen krijgen. Daarnaast heeft het minder consonanten, vocalen en consonantclusters en dan het Nederlands, wat problemen op zou kunnen leveren bij de verwerving van het Nederlandse klanksysteem. Ook op het gebied van de morfologie en syntaxis verschillen beide talen duidelijk van elkaar. Het Kantonees maakt gebruik van partikels en classificeerders, welke we niet in het Nederlands hebben. Een ander belangrijk opvallend verschil met het Nederlands is dat het Kantonees is een geïsoleerde taal is en kent geen inflecties. Dit zou voor Kantonese (TOS-)kinderen voor problemen kunnen zorgen wanneer zij het Nederlands verwerven. Ook het ontbreken van lidwoorden in het Kantonees zou voor problemen kunnen zorgen, omdat het Nederlands wel drie lidwoorden kent. Op het gebied van de pragmatiek zijn de verschillen minder opvallen, maar desalniettemin wel aanwezig. De Chinese cultuur is veel minder individualistisch en direct dan de Nederlandse cultuur. Ook op het respect en gezag verschillen beide culturen van elkaar. Deze verschillen kunnen bijvoorbeeld tot uiting komen in conversaties, waarin Kantonese kinderen eerder geneigd kunnen zijn zich een afwachtende rol aan te meten en dus minder frequent uit zichzelf zullen praten.

Het is bekend dat TOS-kinderen problemen hebben met morfo-syntactische inflecties. Omdat het Kantonees geen inflecties kent, kunnen Kantonese TOS-kinderen extra moeite hebben met het verwerven van de Nederlandse morfo-syntactische inflecties. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat Kantonese TOS-kinderen moeite hebben met het verwerven van aspectmarkeerders en dat zij minder zelfstandig naamwoorden gebruiken dan kinderen met een normale taalontwikkeling. Deze aspecten zouden ook zichtbaar kunnen worden wanneer zij het Nederlands verwerven.

Afkortingen
CL
zelfstandig naamwoord classificeerder
EXP
ervaringsaspect
PFV
perfectum aspect
PROG
progressief aspect
PRT
partikel
SFP
zinsfinaal partikel

Literatuur
Onderstaande bronnen zijn geraadpleegd voor het schrijven van deze pagina en kunnen aanvullende informatie of het Kantonees en Kantonese TOS-kinderen geven:

- Bauer, R.S. & Benedict, P.K. (1997). Modern Cantonese Phonology. Berlijn, New York: Mouton de Gruyter.
- Bauer, R.S. & Matthews, S. Chapter Nine: Cantonese. In: Thurgood, G. & LaPolla, R.J. (Eds.) (2003). The Sino-Tibetan Languages, 146-155. New York: Routledge.
- Chan, A.Y.W. & Li, D.C.S. (2000). English and Cantonese Phonology in Contrast: Explaining Cantonese ESL Learners' English Pronunciation Problems. Language, Culture and Curriculum, 13, 1, 67-85.
- DeFrancis, J. (1984). The Chinese language: Fact and Fantasy. University of Hawaii Press.
- Fletcher, P., Leonard, L.B., Stokes, S.F. & Wong, A. M.-Y. (2005). The Expression of Aspect in Cantonese-Speaking Children With Specific Language Impairment. Journal of Speech, Language and Hearing Research, 48, 621-634.
- Fletcher, P., Leonard, L. B., Stokes, S. F., Wong, A. M.-Y. (2009). Morphosyntactic Deficits in Cantonese-speaking children with Specific Language Impairment. In Law, S.P., Weekes, B.S. & Wong A. M.-Y. (Eds). Language disorders in speakers of Chinese, 75-88. Bristol, UK: Multilingual matters.
- Matthews, S. & Yip, V. (1994, 2011). Cantonese. A Comprehensive Grammar. 2nd Edition. New York: Routledge.
- Pennington, M.C. & Ellis, N.C. (2002). Cantonese Speakers' Memory for English Sentences with Prosodic Cues. The Modern Language Journal, 84, 3, 372-389.
- So, L.K.H. & Dodd, B.J. (1994). Phonologically disordered Cantonese-speaking Children. Clinical Linguistics, 8, 3, 235-255.
- So, L.K.H. & Dodd, B.J. (1995). The acquisition of phonology by Cantonese-speaking children. Journal of Child Language, 22, 473-495.
- Stokes, S.F. & Fletcher, P. (2000). Lexical diversity and productivity in Cantonese-speaking children with specific language impairment. International Journal of Language and Communication Disorders, 35, 4, 527-541.
- Tse, K.-P. (1978). Tone acquisition in Cantonese: a longitudinal case study. Journal of Child Language, 5, 191-204.
- Tse, S.K., Li, H. & Leung, S.O. (2007). The acquisition of Cantonese classifiers by preschool children in Hong Kong. Journal of Child Language, 34, 495-517.
- Wong, A. M.-Y., Leonard, L.B., Fletcher, P., Stokes, S.F. (2004). Questions Without Movement: A Study of Cantonese-Speaking Children With and Without Specific Language Impairment. Journal of Speech, Language and Hearing Research, 47, 1440-1453.

Websites
Wikipedia: ‘Cantonese phonology’ - http://en.wikipedia.org/wiki/Cantonese_phonology
Wikipedia: ‘Dutch phonology’ - http://en.wikipedia.org/wiki/Dutch_phonology