Auteurs van deze pagina: Conja Adriaanse en Simone Besseling

0. Praktische informatie voor taalonderzoek

Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Bangla wijkt in verschillende opzichten af van het Nederlands. Hierdoor kunnen, als gevolg van transfer, problemen ontstaan in de fonologie, morfologie en/of syntaxis in de Nederlandse taal bij kinderen met het Bangla als moedertaal. Deze problemen hoeven niet op een taalontwikkelingsstoornis te duiden.

Fonologie
Uitspraak
Bengalese kinderen zullen bij het leren van het Nederlands waarschijnlijk geen problemen hebben met de uitspraak van de klinkers. Die komen veel overeen tussen de beide talen. Mogelijk hebben kinderen wel moeite met de uitspraak van de /z/. Deze klank bestaat wel in het Bangla, maar wordt door veel sprekers vervangen door de /dʒ/.

Klemtoon en intonatie
Het klemtoonpatroon wijkt af van het Nederlandse klemtoonpatroon, wat voor moeilijkheden kan zorgen bij het leren van het juiste klemtoonpatroon in het Nederlands.
De intonatie van gesloten vraagzinnen is in het Bangla een vallende toon (hoog-laag), terwijl dit in het Nederlands een stijgende toon heeft.

Morfologie
Werkwoordsmorfologie
Het Bangla is een agglutinerende taal met een rijke werkwoordsmorfologie, waardoor te verwachten is dat T2-leerders van het Nederlands geen problemen hebben bij de vervoegingen van werkwoorden. Het kan wel voorkomen dat werkwoorden worden vervoegd, terwijl eigenlijk de stam de correcte vorm zou moeten zijn.

Geslacht
Het Bangla kent geen onderscheid tussen een mannelijke en vrouwelijke vorm, wat in het Nederlands dus mogelijk voor problemen kan zorgen.

Lidwoorden
Verder is het in het Bangla gebruikelijk om het lidwoord achter het zelfstandig naamwoord te plaatsen, terwijl die in het Nederlands voor het zelfstandig naamwoord hoort te staan.

Syntaxis
De woordvolgorde in het Bangla (SOV) verschilt van de woordvolgorde in het Nederlands (SVO). Kinderen zouden ook in het Nederlands het werkwoord op de laatste plaats van de zin kunnen zetten.
Bangalese kinderen moeten leren dat het onderwerp, lijdend voorwerp of het werkwoord in het Nederlands een verplicht onderdeel in de zin is. Het Bangla is namelijk een pro-drop taal, waarbij het onderwerp, lijdend voorwerp of het werkwoord in bepaalde contexten kan worden weggelaten.

Mogelijke vragen met betrekking tot specifieke TOS-elementen

Bij het onderscheiden van de mogelijke oorzaak van fouten in het Nederlands, zijn onderstaande vragenlijsten per taalgebied (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse aan de hand van deze vragenlijsten is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis. De vragen kunnen gesteld worden aan ouders/tolken om te achterhalen of het kind bepaalde TOS-kenmerken vertoont.

De eerste vragenlijst heeft betrekking op NT2-problematiek; deze vragenlijst vloeit voort uit een vergelijking tussen het Bangla en het Nederlands (zie paragraaf 1 en 2 hieronder).

De tweede vragenlijst richt zich op de problematiek in het Bangla. Deze vragenlijst kan een beeld schetsen van eventuele TOS-kenmerken die het kind in de moedertaal laat zien. Deze vragenlijst is niet gebaseerd op onderzoek wat is uitgevoerd naar de kenmerken van taalontwikkelingsstoornissen in het Bangla, maar op taalstructuurkenmerken van het Bangla en algemene TOS-kenmerken.

  1. 1. Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands. Wanneer hier vaak bevestigend op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van negatieve transfer vanuit het Bangla.
Fonologie
- Heeft het kind moeite met het juiste intonatiepatroon bij vraagzinnen?
- Heeft het kind moeite met het leggen van de klemtoon op de juiste syllabe(s)?
Morfologie
- Maakt het kind geen onderscheid tussen mannelijke of vrouwelijke persoonlijk voornaamwoorden in het Nederlands?
- Gebruikt het kind de lidwoorden als suffix achter het zelfstandig naamwoord?
- Vervoegt het kind de stam van het werkwoord bij een onderwerp in de ik-vorm?
Syntaxis
- Heeft het kind moeite met het gebruik van de correcte SVO-woordvolgorde bij hoofdzinnen in het Nederlands?
- Laat het kind verplichte onderdelen van de zin, zoals onderwerp, lijdend voorwerp en werkwoord wel eens weg?

  1. 2. Vragenlijst in relatie tot problemen in het Bangla. Wanneer hier vaak ‘ja’ op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS.
Fonologie
- Heeft het kind moeite met het produceren van bepaalde klanken in het Bangla, terwijl het kind deze klanken volgens zijn of haar leeftijd zou moeten beheersen?
Morfologie
- Heeft het kind problemen met het vervoegen van werkwoorden in het Bangla? Het kan nuttig zijn hier specifiek te vragen naar het correct vervoegen naar tijd; dit doen normaalontwikkelende Bengalese kinderen in de leeftijd van 1;6 tot 4;0 over het algemeen correct (Chakraborty & Leonard, 2012).
Syntaxis
- In het Bangla specificeren de (morfologische) uitgangen de betekenis van de elementen in de zin. De woordvolgorde is van minder belang; het Bangla heeft een vrijere woordvolgorde dan het Nederlands. Als een kind meer en langduriger fouten maakt in het Bangla met vervoegingen dan (tweetalige) leeftijdsgenoten, geeft dit waarschijnlijk meer informatie dan de gebruikte woordvolgorde.
Pragmatiek
- Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatieve vaardigheden in de moedertaal?

Verder kunnen de universele mijlpalen in de taalontwikkeling worden aangehouden als leidraad. Zie hiervoor dit schema.

1. Algemene informatie over het Bangla

Het Bangali of Bengaals of het steeds vaker genoemde Bangla is een Indo-Arische taal. De taal is onderdeel van de Indo-Iraanse talen die weer onderdeel zijn van de Indo-Europese talen. Het Bangla is de nationale en officiële taal van Bangladesh en één van de drieëntwintig officiële talen die in India gesproken worden. Het Bangla wordt gesproken in de Oost-Indiase deelstaat Pashim banga (West Bengal). Het wordt ook gesproken in Assam, Bihar en Orissa. Het Bangla wordt, als eerste of als tweede taal, gesproken door meer dan 250 miljoen mensen. Hierdoor wordt het Bangla nu beschouwd als zevende van de meest gesproken talen van de wereld (Ethnologue: Languages of the World, 2016).

Bangla1.png
Figuur 1: Overzicht van het gesproken Bangla over de wereld (bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Bengali_language#Modern_Bengali)

Het Bangla is een diglossie taal. Dit betekent dat er een groot verschil is tussen de geschreven vorm van de taal en de gesproken vorm. Het Bangla kent twee verschillende schrijfwijzes. In dit stuk gaat de aandacht uit naar de gesproken vorm van de taal.

Dialecten

De vier grootste dialecten die gesproken worden, zijn: Rarh, Banga, Kamarupa and Varendra. Naast deze dialecten komen ook talloze niet-standaard dialecten voor. De dialecten verschillen op basis van fonologie, morfologie en sociologie.

Religie

Van de bevolking in Bangladesh is zo’n 85% Islamitisch en 15% Hindoestaans.

Schriftsysteem

Ruim 20% van de populatie Banglasprekenden zijn analfabeet.

2. Specifieke informatie over het Bangla


Fonologie

Klinkers

Het Bangla heeft in totaal zeven klinkers.

Tabel 1
Overzicht van de klinkers in het Bangla

Voor
Midden
Achter
Gesloten
i

u
Gesloten-midden
e

o
Bijna open
ɛ

ɔ
Open

a


Daarnaast staat het Bangla bekend om de grote verscheidenheid aan tweeklanken waarbij twee klinkers gecombineerd worden. In totaal heeft het Bangla 16 tweeklanken.

Tabel 2
Overzicht van de tweeklanken in het Bangla
i + i
/ii̯/
i + u
/iu̯/
e + i
/ei̯/
e + u
/eu̯/
ɛ + e
/æe̯/
ɛ + o
/æo/
a + i
/ai̯/
a + e
/ae̯/
a + u
/au̯/
a + o
/ao̯/
ɔ + e
/ɔe̯/
ɔ+ o
/ɔo̯/
o + i
/oi̯/
o + e
/oe̯/
o + u
/ou̯/
o + o
/oo̯/
u + i
/ui̯/

Medeklinkers

Het Bangla heeft in totaal 30 medeklinkers. De plosieven en affricaten contrasteren in het kenmerk stem en aspiratie.
Afbeelding2.png

Figuur 2: Overzicht van de medeklinkers in het Bangla.

Post-alveolair

De plosieven / ʈ/ / ʈʰ/ / ɖ/ en / ɖʱ/ worden op verschillende manieren beschreven in de literatuur. Ze worden beschreven als: ‘retroflex’ ‘retroflex alveolair’ en ‘niet-retroflex’. Dit geldt ook voor de affricaten / tɕ/ /tɕʰ/ / dʑ/ / dʑʱ/. Deze worden beschreven als: ‘palatale affricaten’ ‘affricaten plosieven’ ‘alveolaire palatale affricaten’ en ‘dentale affricaten plosieven’.

Fricatief

De fricatief /f/ wordt, afhankelijk van de spreker op verschillende manieren geproduceerd. Deze kan geproduceerd worden als stemloze geaspireerde stop /pʰ/ of als stemloze labiale fricatief /f/ /ɸ/.

Voor veel sprekers van het Bangla zijn de /s/ en de /ʃ/ van elkaar te onderscheiden maar voor sommige sprekers van het Bangla niet. Sommige sprekers van het Bangla analyseren de /s/ als een allofoon van de /ʃ/ of de /tʃʰ/. In sommige oorspronkelijke woorden met een /s/ wordt deze nu uitgesproken als een / tʃʰ/.

De /z/ wordt door veel sprekers van het Bangla vervangen door de stemhebbende affricaat / dʒ/.

Rhotisch

Het Bangla heeft ook één rothische klank /ɻ/ zoals de meeste Oosterse dialecten. Niet alle sprekers van het Bangla spreken deze klank rothisch uit, vele spreken deze klank uit als een marginale /ɽ/.

Clusters

In woorden komen consonantclusters zowel initiaal, mediaal en finaal voor.

Klemtoon

In Bangla ligt de klemtoon op de eerste lettergreep van het woord. De volgende klemtoon ligt op de oneven lettergrepen, een voorbeeld: shô-hô-jo-gi-ta (samenwerking).

Mogelijke problemen als gevolg van transfer

  • Het Bangla heeft meer verschillende klanken dan het Nederlands en de Nederlandse klanken zullen waarschijnlijk niet moeilijk zijn om aan te leren. Wel is het zo dat er in het Bangla verschillende manieren zijn om klanken uit te spreken. Dit heeft geen betekenisonderscheidende functie. In het Nederlands worden de meeste klanken op één manier geproduceerd.
  • Het Bangla wijkt af van het Nederlandse klemtoonpatroon waardoor er moeilijkheden kunnen zijn bij het leren van het juiste klemtoonpatroon in het Nederlands.

Morfologie

Het Bangla is een agglutinerende taal en heeft een rijke morfologie. Dit wil zeggen dat de woorden gevormd worden door het toevoegen van prefixen en suffixen aan de stam. Dit gebeurt met name bij werkwoorden waarbij iedere stam wel meer dan 50 vormen kan aannemen.

Werkwoorden

Werkwoorden kunnen een finiete en niet-finiete vorm aannemen. De niet-finiete vorm is de stam van het werkwoord, deze vorm is niet gemarkeerd voor persoon of tijd. De finiete vorm is de stam van het werkwoord met een suffix. Het suffix zorgt ervoor dat het werkwoord gemarkeerd is voor persoon, tijd, aspect en status. De werkwoorden vertonen agglutinerende functies, dit wil zeggen dat wanneer een werkwoord gemarkeerd wordt met een suffix, iedere suffix een aparte en eigen betekenis heeft en de suffixen achter elkaar aan geplakt worden.

Het Bangla kent drie verschillende tijden: verleden, heden en toekomst. Voor persoonsmarkering maakt het Bangla gebruik van een eerste, tweede en derde persoon. Voor aspect maakt het gebruik van simpel, perfect of progressief en voor status intiem, vertrouwd of formeel.

Tijd

In de tegenwoordige tijd is tijdsmarkering niet aanwezig op een werkwoord. Voor de tegenwoordige tijd bevat de stam van het werkwoord dus alleen de markering tot persoon. Bij de verleden tijd bevat de stam van het werkwoord een progressief markering voor aspect, verleden tijdsmarkering en markering voor persoon.

Persoon

Het Bangla kent drie verschillende markeerders voor persoon (eerste, tweede en derde persoon).

Geslacht

Het Bangla heeft geen geslacht.

Zelfstandig naamwoorden

Cijfers en bijvoeglijke naamwoorden staan voor het zelfstandig naamwoord. Zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden worden vervoegd voor naamval. Het Bangla kent voor de zelfstandige naamwoorden enkelvoud, meervoud en vier naamvallen:
  • Nominatief
  • Objectief
  • Genitief
  • Locatief

Samenstellingen

Het lexicon van het Bangla heeft veel samenstellingen waardoor er veel woorden zijn die bestaan uit meer dan één stam. Deze kunnen gevormd worden door bijvoorbeeld zelfstandige naamwoorden, voornaamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.

Lidwoorden

Lidwoorden komen in het Bangla, anders dan in het Nederlands na het zelfstandig naamwoord.

Mogelijke problemen als gevolg van transfer

Het Bangla heeft een rijke morfologie waardoor er naar verwachting geen problemen zullen ontstaan bij het leren van de Nederlandse vervoeging. Het Bangla heeft geen markering voor geslacht waardoor dit een lastig item kan zijn in het Nederlands. Daarnaast zou het lidwoord in het Nederlands achter het naamwoord geplaatst kunnen worden als gevolg van transfer.

Syntaxis

De woordvolgorde die in het Bangla het meest gebruikt wordt is anders dan de woordvolgorde van het Nederlands (Subject-Verb-Object). De woordvolgorde is het Bangla is Subject-Object-Verb, met andere woorden, het werkwoord staat op de laatste positie in de zin. Een taal waarbij het werkwoord aan het eind van de zin staat wordt een hoofd finale taal genoemd. Echter, de woordvolgorde in het Bangla is vrij dus kan variëren.

Het Bangla is een pro-drop taal waarin het subject, object of verb in bepaalde contexten kunnen worden weggelaten. Het is mogelijk om een grammaticaal correcte zin te maken zonder één of meer van die drie woorden in een zin te plaatsen. In het Nederlands is pro-dropping van het onderwerp alleen mogelijk bij vormen van gebiedende wijs.

Achterzetsels

Binnen woordgroepen wijkt de volgorde van het Bangla af van het Nederlands. Zo kent het Bangla bijvoorbeeld geen voorzetsels, maar achterzetsels.

Vraagzinnen

Bij gesloten vragen wordt de lage toon van de laatste lettergreep vervangen door een vallende (hoog-lage) toon.

Bij w-vragen wordt het w-woord voor in de zin geplaatst, dit is veelal de eerste of tweede plek in de zin.

Mogelijke problemen als gevolg van transfer

De woordvolgorde in het Bangla (SOV) is anders dan de woordvolgorde in het Nederlands (SVO). Het verwerven van de juiste woordvolgorde in het Nederlands kan daardoor lastig zijn. Naar verwachting zal het werkwoord achterin de zin geplaatst worden. Ook is het Bangla een pro-drop taal waarbij het onderwerp, lijdend voorwerp of werkwoord in bepaalde contexten kan worden weggelaten. Wanneer dit als gevolg van transfer in het Nederlands wordt gedaan zorgt dit voor niet volledige zinnen. In het Nederlands is pro-drop van het onderwerp alleen mogelijk bij vormen van gebiedende wijs.

Pragmatiek

Er is geen onderzoek gedaan naar de pragmatische vaardigheden van mensen die Bangla spreken.

3. Verwervingsfases van bovengenoemde domeinen in het Bangla

Een overzicht van de verwervingsfases in het Bangla is niet gevonden. Wel zijn er twee studies gedaan naar de werkwoordsmorfologie van het Bangla. Deze worden hieronder kort beschreven.

Uit onderzoek van Chakraborty en Leonard (2012) waarin de werkwoordsmorfologie van een kleine groep (19) kinderen met een normale taalontwikkeling in de leeftijd van 1;6 tot 4;0 jaar is onderzocht, bleek dat bijna alle kinderen het werkwoord correct vervoegen naar tijd (tegenwoordige tijd en verleden tijd). Het vervoegen van het werkwoord voor persoon werd daarentegen door slechts enkele kinderen correct gedaan.

Sultana, Stokes, Klee & Fletcher (2016) hebben onderzoek gedaan naar de werkwoordsmorfologie in het Bangla bij kinderen met een normale taalontwikkeling van twee tot vier jaar. Aan de hand van drie verschillende taalproductie taken en spontane taalanalyses is de werkwoordsmorfologie nader bekeken. Drie tijden zijn onderzocht: onvoltooid tegenwoordige tijd, de tegenwoordige tijd en de verleden tijd. Uit het onderzoek bleek dat 88% van de kinderen de productie van de onvoltooid tegenwoordige tijd verworven had, 67% de productie van de tegenwoordige tijd en 44% de productie van de verleden tijd. Hiermee komt de verwerving van de werkwoordsmorfologie in het Bangla overeen met de verwerving van de werkwoordsmorfologie van andere agglutinerende talen.

4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Bangla

Onderzoeken over taalstoornissen in het Bangla hebben we helaas niet kunnen vinden.

5. Literatuurverwijzingen

Chakraborty, R., & Leonard, L. B. (2012). A brief research report on acquisition of verb inflections in Bengali-speaking children. Journal of Advanced Linguistic Studies, 1, pp. 41–53.
Chatterji, S. K. (1921). Bengali Phonetics, Bulletin of the School of Oriental Studies, University of London, 2(1), pp. 1-25.
Dasgupta, S., & Ng, V. (2006). Unsupervised morphological parsing of Bengali. Human Language Technology Research Institute, University of Texas at Dallas, 40 pp.311–330.
Ethnologue: Languages of the World. (2016). Geraadpleegd op 24 december 2016: https://www.ethnologue.com/statistics/size.
Gary, J. & Rubino, C. (2001). Bangla; Bengali, Encyclopaedia of World’s Languages, Past and Present, Wilson, New York.
Hayes, B. & Lahiri, A. (1991). Bengali intonational phonology. Natural Language & Linguistic Theory, 9, 1), pp. 47–96.
Sameer ud Dowla Khan (2010). Bengali (Bangladeshi Standard). Journal of the International Phonetic
Association, 40(02), pp. 221-225.
Sultana, A., Stokes, S., Klee, T. & Fletcher, P. (2016). Morphosyntactic development of Bangla-speaking preschool children. First Language, 36(6), pp. 637-657.