Deze pagina is nog onder constructie.

Auteurs van deze pagina: Eva Bastiaans en Margriet van der Spek

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Albanees verschilt in een aantal opzichten van het Nederlands. Onderstaande problemen in de fonologie en morfosyntaxis zouden daarom het gevolg kunnen zijn van het leren van het Nederlands als tweede taal.
Verschillen in talige kenmerken tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen leiden tot fouten in het Nederlands die gerelateerd zijn aan de moedertaal (en culturele achtergrond) van het kind; dit wordt negatieve transfer genoemd. Overeenkomsten tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen de verwerving van de Nederlandse taal positief beïnvloeden; dit wordt positieve transfer genoemd.
Deze problemen hoeven dus niet op een taalontwikkelingsstoornis te duiden.

Fonologie:
Het Albanees heeft meer consonanten dan het Nederlands. De meeste Nederlandse consonanten komen ook in het Albanees voor, behalve de /g/ en de /ng/ (hoewel dit afhankelijk is van het dialect). Het standaard Albanees en de meeste dialecten kennen geen diftongen en maken geen onderscheid in klinkerlengte. De verwachting is dat Albanese kinderen hier moeite mee zouden kunnen hebben, als gevolg van transfer.

Morfologie/Syntaxis:
- Er wordt verwacht dat Albanese kinderen moeite zullen hebben met het gebruik van pronomina, omdat in het Albanees deze vormen niet nodig zijn vanwege dat dit verwerkt is in de flexie van het werkwoord.

- Er wordt verwacht dat Albanese kinderen problemen ervaren met de lidwoorden van het Nederlands, vanwege dat in tegenstelling tot in het Albanees het geslacht van het zelfstandig naamwoord en het lidwoord in het Nederlands niet duidelijk te zien is (de= mannelijk of vrouwelijk, het=onzijdig, in het meervoud de bij alle zelfstandige naamwoorden). Tevens wordt in het Albanees het lidwoord als suffix achter het zelfstandig naamwoord geplakt, terwijl in het Nederlands het lidwoord ervoor komt te staan.

- De woordvolgorde van adjectieven en zelfstandig naamwoorden: in het Albanees komt deze achter het zelfstandig naamwoord te staan en in het Nederlands ervoor. Dit kan voor problemen zorgen.

- De woordvolgorde in het Albanees is flexibeler dan die van het Nederlands door de rijke flexie van het Albanees. In het Nederlands kan echter de woordvolgorde een verschil maken in betekenis, zoals bijvoorbeeld: Jan ziet Piet (Jan=subject, Piet=object) vs. Piet ziet Jan (Piet=subject, Jan=object). Er wordt verwacht dat Albanese kinderen moeite zullen hebben met de vaste woordvolgorde die het Nederlands hanteert.

- Er wordt verwacht dat Albanese kinderen moeite zullen hebben met het gebruik van verschillende tijden bij werkwoordsvervoegingen. Ten eerste maakt het Albanees meer onderscheid in verleden tijden, ten tweede gebruikt het Albanees voor (bijna) alle tijden een andere stam van het werkwoord. In het Nederlands is dit niet het geval.


Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Bij het onderscheiden van de mogelijke oorzaak van fouten in het Nederlands, zijn onderstaande vragenlijsten per taalgebied (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse aan de hand van deze vragenlijsten is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis. De vragen kunnen gesteld worden aan ouders/tolken om te achterhalen of het kind bepaalde TOS-kenmerken vertoont.

De eerste vragenlijst heeft betrekking op NT2-problematiek; deze vragenlijst vloeit voort uit een vergelijking tussen het Albanees en het Nederlands (zie paragraaf 1 en 2 hieronder).

De tweede vragenlijst richt zich op de problematiek in het Albanees. Deze vragenlijst kan een beeld schetsen van eventuele TOS-kenmerken die het kind in de moedertaal laat zien. Deze vragenlijst is niet gebaseerd op onderzoek wat is uitgevoerd naar de kenmerken van taalontwikkelingsstoornissen in het Albanees (aangezien dit niet voorhanden is), maar op taalstructuurkenmerken van het Albanees en algemene TOS-kenmerken.

  1. 1. Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands. Wanneer hier vaak bevestigend op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van negatieve transfer vanuit het Albanees.
Fonologie
- Heeft het kind moeite om de Nederlandse diftongen correct te produceren?
- Heeft het kind moeite met het herkennen en produceren van onderscheid in klinkerlengte?

Morfolosyntaxis:
- Heeft het kind moeite met het juist gebruik van lidwoorden in het Nederlands?
- Laat het kind vaak het onderwerp van de zin weg wanneer dit gaat om een persoonlijk voornaamwoord?
- Heeft het kind moeite met de verleden tijdsvormen van het Nederlands?
- Heeft het kind moeite met de pronomina van het Nederlands?

  1. 2. Vragenlijst in relatie tot problemen in het Albanees. Wanneer hier vaak ‘ja’ op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS.
Fonologie
- Heeft het kind moeite met het produceren van bepaalde klanken in het Albanees, terwijl het kind deze klanken volgens zijn of haar leeftijd zou moeten beheersen?

Morfologie/Syntaxis:
- Er is geen Engelstalige literatuur wat betreft de invloed van een TOS op de verwerving van de morfologie en de grammatica

Pragmatiek
- Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatieve vaardigheden in de moedertaal?

Verder kunnen universele mijlpalen in de taalontwikkeling aangehouden worden als leidraad. Zie hiervoor dit schema.

1. Algemene informatie over het Albanees

Het Albanees (Shqip, of voluit: Gjuha Shqipe) is een eigen tak binnen de Indo-Europese taalfamilie en stamt af van de Paleo-Balkantalen of het Illyrisch, Dacisch of Tracisch. Dit zijn talen uit de oudheid en werden tijdens het begin van het Romeinse rijk in Zuid-Europa gesproken. Het zelfstandige karakter van het Albanees is pas laat ontdekt. De grammaticale structuur is behoorlijk onafhankelijk en het Albanees kent veel leenwoorden uit het Latijn, Grieks en Aramees (Schoonekamp, 2017).

Het Albanees heeft rond de 7.600.000 moedertaalsprekers en wordt met name gesproken in Albanië en Kosovo. In aangrenzende landen, zoals Italië, Macedonië, Servië, Montenegro, Griekenland en Roemenië, wordt het Albanees als minderheidstaal erkend.

Het Albanees kent twee hoofddialecten: het Gheg en het Tosk. Het Gheg wordt in het noorden van Albanië, in het noorden van Macedonië en in Kosovo gesproken. Het Gheg kent vele subdialecten. Ieder gebied in Noord-Albanië heeft zijn eigen dialect: Tirana, Durres, Elbasan en Kavaja, Kruja en Laçi, Mati, Dibra en Mirdita, Lezha, Shkodra, Kraja, Ulqin, etc. Malësia e Madhe, Rugova. In dorpjes langs de Adriatische kust wordt het meest noordelijke subdialect van Albanië gesproken. Er zijn ook veel subdialecten in de regio van Kosovo, in Macedonië en in delen van Zuid-Montenegro. De subdialecten van Malësia e Madhe en Dukagjini dreigen verloren te gaan, doordat de jongere generatie een voorkeur heeft voor het subdialect Shkodra (AlbaGlobal, 2009).
Het Tosk wordt gesproken in het zuiden van Albanië en in Griekenland. Het Tosk is de norm voor het standaard geschreven Albanees en is ook onder te verdelen in kleinere subdialecten. De hoofdgroepen zijn:
  1. a. Arbëreshë
  2. b. Arvanitisch
  3. c. Labisch
  4. d. Tsjamisch

Albanië heeft pas laat een poging gedaan tot het standaardiseren van de taal, waardoor de vele lokale dialecten ontstaan zijn, variërend in morfosyntactische structuur, vocabulaire en fonetische structuur (Lowman, 1932).

Albanese dialecten.png
Afb. 1. Spreiding van de Albanese dialecten (AlbaGlobal, 2009).

Gedurende haar bestaan is het Albanees geschreven in ten minste 10 verschillende alfabetten. Zo is er gebruik gemaakt van het Grieks, het Arabisch en enkele lokale schriften. Het Albanees maakt nu gebruik van het Latijnse alfabet en bestaat uit 36 letters: 7 klinkers en 29 medeklinkers (Struga, 2017).

Nr.
Letter
IPA
Uitspraak
Opmerkingen
1
a
a
a
Als in laat
2
b
b
b

3
c
ʦ
ts
Als in tsaar of als in tsunami.
4
ç
tsj
tsj
Als in tsjilpen, als in Tsjechië of als in het Engelse church.
5
d
d
d

6
dh
ð
th
Als in het Engelse that.
7
e
ɛ
e
Als in hek
8
ë
ə
uh
Als in urn.
9
f
f
f

10
g
g
g
Als in zakdoek
11
gj
ɟ
d'j
Als in Djengiz Khan
12
h
h
h
Als in hoop
13
i
i
ie

14
j
j
j

15
k
k
k
Als in kip
16
l
l
l

17
ll
ɫ
ll
Als in ballon of het Engelse woord ball. Meer velaar gearticuleerd.
18
m
m
m

19
n
n
n

20
nj
ɲ
nj
Als de Spaanse letter ñ in het woord niño , als in het woord canyon of als in lasagne.
21
o
ɔ
o
Als in stop
22
p
p
p

23
q
c
t'j
De glottale stop tussen t en j, als in botje. Komt alleen voor na een consonant en gevolgd door een vocaal.
24
r
ɾ
r
Een enkel slagje met de tongpunt.
25
rr
r
rr
Rollende tongpunt-r.
26
s
s
s

27
sh
ʃ
sj
Als in chocolade, als in shock, of als in het Engelse woord ship.
28
t
t
t

29
th
θ
th
Als in het Engelse think.
30
u
u
oe
Als in boek.
31
v
v
v

32
x
dz
dz

33
xh
dzj
dzj
Als in het Engels gender of jungle, of als in het Italiaanse giorno.
34
y
y
uu
Als in vuur.
35
z
Z
z

36
zh
ʒ
zj
Als in journalist of als in het Franse je.


2. Specifieke informatie over het Albanees


Fonologie
Consonanten
Albanese klanken die niet in het Nederlands voorkomen zijn de ‘th’-klanken. De Nederlandse [ɣ] (/g/, als in goed) en de nasale [ŋ] (/ng/) komen niet voor in het Standaard-Albanees, hoewel sommige dialecten (bijv. het Tirana-dialect) de [ŋ] wel kennen (Lowman, 1932).
Kenmerkend voor het Toskisch is rhotacisme van de /n/ (/n/ -> /r/). In het Ghegisch komt dit niet voor. Verder is finale devoicing karakteristiek voor Noord-Toskisch en Zuid-Ghegisch (AlbaGlobal, 2009).

Vocalen
Het Albanees heeft zeven klinkers ([a, ɛ, ə, i, ɔ, u, y]). De klinkers kunnen lang of kort zijn, maar hier wordt in de meeste dialecten geen betekenisverschil mee uitgedrukt. Alleen bij de [u] en de [y] kan de lengte van de klinker belangrijk zijn. De lange [u] wordt dan gespeld als /ue/ en de lange [y] als /ye/. In sommige dialecten (bijv. het Tirana-dialect) maakt klinkerlengte wel een betekenisonderscheid (Lowman, 1932). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘kort’: [pɛ̃n] "juk/span" (sg.), ‘lang’: [pɛ̃ːn] "pen", en ‘extra lang’: [pɛ̃ːːn] "jukken/span" (pl.) (Wikipedia, 2017, AlbaGlobal, 2009).
De [ø] (/eu/) komt voor in drie woorden. Hij klinkt in het Albanees echter meer als een Amerikaanse uitspraak van de klinker in verse of fur.
Nasalisatie van klinkers is zeldzaam, maar kan wel voorkomen.

Er zijn dialecten van het Albanees bekend met diftongen, maar ook deze komen niet vaak voor. Het zijn de [iu, æu, ʌu]. Sommige sprekers gebruiken ze helemaal niet, en beschouwen de twee elementen als afzonderlijke syllaben. Ze zijn ontstaan uit het samenvoegen van twee korte klinkers. De manier waarop de klemtoon op het geluid valt, geeft de klank een diftongachtig karakter (Lowman, 1932).

Suprasegmenteel
De klemtoon in het Albanees kan op iedere syllabe vallen, maar valt gewoonlijk op de voorlaatste lettergreep in twee- of meerlettergrepige woorden. Beklemtoning varieert niet met verschillende flexievormen maar blijft op dezelfde syllabe (Lowman, 1932).

Problemen met Nederlandse uitspraak
Verschillen in uitspraak van bepaalde klanken ten opzichte van het Nederlands (Mann, 1952).
- De plosieven (/p, t, k/) worden licht geaspireerd;
- De /t/ wordt palataal gevormd, waardoor de klank meer velaar klinkt;
- De /k/ wordt gevolgd door een lichte mate van fricativisatie;
- In het Albanees klinkt een /p/ na de /m/ als een /b/;
- In het Albanees worden de /t/ en /d/ in finale positie weleens weggelaten.

Naar verwachting hebben Albanese kinderen meer moeite met diftongen en klinkerlengte, afhankelijk van het dialect dat zij spreken. Consonanten die mogelijk problemen opleveren zijn de /g/ en de /ng/.

Een studie naar uitspraakmoeilijkheden met het Engels bij Albanese studenten, levert de volgende resultaten op (Nuhiu, 2013):
- Albanese studenten produceren een zachte variatie op de plosieven als /p, t, d, g/. Deze klanken worden vervangen voor zachte klanken die anders zijn dan de Engelse;
- Albanese studenten produceren /p/, /t/ en /k/ met aspiratie;
- Albanese studenten vervangen de /ng/ door /ngk/ (Zoals in finger). Vervanging door de /n/ komt ook voor;
- Albanese studenten vervangen het cluster /sm/ in initiale positie door /zm/. Geldt eveneens voor /sl/ en /sn/;
- Albanese studenten voegen initiaal een /h/ toe bij klinkerinitiële woorden.


Morfologie

Het Albanees is een gefuseerde taal die deels analytische en deels synthetisch is. Analytisch wil zeggen dat verschillende morfemen als vrije woorden worden uitgedrukt. Synthetisch wil zeggen dat 1 morfeem meerdere betekenissen kan uitdrukken, bijvoorbeeld het clitische element ‘in‘ in het woord ‘malin ‘ (betekenis: berg) laat zien dat het een ongedefinieerd lidwoord bevat en de accusatieve naamval heeft. Bepaaldheid en naamval worden uitgedrukt in 1 enkel morfeem. (Demiraj, 1998).

Nomina/zelfstandig naamwoorden:
De grammaticale categorieën die bij zelfstandige naamwoorden worden gemarkeerd zijn geslacht, number, naamval en bepaaldheid. Bijvoeglijke naamwoorden bevatten ook markeringen voor geslacht en aantal, maar (bijna) nooit naamval of bepaaldheid (Demiraj, 1998).

- Geslachtsmarkering: mannelijk en vrouwelijk, onzijdig komt niet meer voor in het Albanees (Camaj, 1984). Sommige Albanese woorden veranderen van geslacht wanneer ze in het meervoud worden gebruikt. Alle zelfstandige naamwoorden die eindigen op een medeklinker zijn mannelijk, behalve voor woorden die eindigen op -ër, -ël, -ur en -ull.

- Number-markering: enkelvoud en meervoud. De meervoudsmarkering wordt echter bijna nooit gebruikt, omdat de meervouden niet volgens regels worden gevormd. Er bestaan in de standaardtaal nogal wat varianten naast elkaar bij meervoudsvormen Zo kan het meervoud van ‘bar‘ (gras, kruid) niet alleen ‘barëra‘ zijn, maar ook ‘barna‘. Voor elk woord is er een meervoudsvorm die apart geleerd moet worden (Camaj, 1984).

- Naamvalsmarkering: nominatief, vocatief, accusatief, genitief, datief, ablatief. In het standaard Nederlands worden genitief, datief en accusatief bijna nooit meer gebruikt behalve in vaste combinaties (heer des huizes). In het Albanees worden de naamvallen wel actief gebruikt, behalve de vocatief, die wordt bijna nooit gebruikt en lijkt bovendien altijd op de nominatieve naamval. Ablatief is een naamval waarmee oorspronkelijk de persoon van wie iets uitgaat of de plaats waarvandaan men vertrekt werd aangegeven.

- Bepaaldheidmarkering: In tegenstelling tot het Nederlands (waar bepaaldheid wordt uitgedrukt in de lidwoorden; de/het, een), wordt in het Albanees de definietheid van het lidwoord als suffix achter het zelfstandig naamwoord geplakt. Elk zelfstandig naamwoord heeft dus een onbepaalde en bepaalde vorm. Het plaatsen van het lidwoord achter het zelfstandig naamwoord gebeurt ook in veel andere Balkan-talen, zoals in het Roemeens, Macedonisch en Bulgaars (Demiraj, 1998).

Het Albanees heeft afzonderlijke verbuigingen voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden en voor elke naamval een onbepaalde en bepaalde vorm. In de tabel hieronder zie je de verbuigingen (in rood) voor een mannelijk zelfstandig naamwoord ‘mal‘ (=berg) en vrouwelijk zelfstandig naamwoord ‘vajzë‘ (=meisje).


Mal (=berg, mannelijk)
Vajzë (=meisje, vrouwelijk)

Sing. onbepaald
Sing. bepaald
Sing. onbepaald
Sing. bepaald
nominatief
Mal
Mali
Vajzë
Vajza
accusatief
Mal
Malin
Vajzë
Vajzën
datief/genitief
Mali
Malit
Vajze
Vajzës
ablatief
Mali
Malit
Vajze
Vajzës


Mal (=berg, mannelijk)
Vajzë (=meisje, vrouwelijk)

Plur. onbepaald
Plur. bepaald
Plur. onbepaald
Plur. bepaald
nominatief
Male
Malet
Vajza
Vajzat
accusatief
Male
Malet
Vajza
Vajzat
datief/genitief
Maleve
Malevet
Vajzave
Vajzavet
ablatief
Malesh
Malevet
Vajzash
Vajzavet
Bron: Camaj, M. (1984). Albanian Grammar: with exercises, chrestomathy and glossaries., p. 33

Het Albanees bevat ook veel klinkerveranderingen. Als de laatste klank van de stam een k, g, h of een beklemtoonde klinker is, worden alle achtervoegsels in in het enkelvoud met -i vervangen door -u (Camaj, 1984).

Pronomina/ voornaamwoorden:
Het Albanees is een pro-droptaal. Dat is een taal waarbij het subject weggelaten kan worden, omdat de betekenis ervan afgeleid kan worden van de inflectie op het werkwoord (Ouden, 2014). Er zijn 5 verschillende soorten pronomina: personal (persoonlijk), demonstratief (aanwijzend), possessief (bezittelijk), interrogatief (vragend), reflexief (wederkerend). Hieronder wordt de meest relevante informatie over de voornaamwoorden gegeven.

- Persoonlijke voornaamwoorden: opgedeeld in 5 naamvallen: nominatief, accusatief, datief, genitief en ablatief. De genitief gebruikt dezelfde voornaamwoorden als de datief in combinatie met de preprositie 'i' (Newmark et al., 1982). De tabel hieronder laat de persoonlijke voornaamwoorden zien in de verschillende naamvallen.


Nominatief
Accusatief
Ablatief
Datief / Genitief
1e pers. Enkv.
unë
mua
meje
i mua
2e pers. Enkv.
ti
ty
teje
i ty
3e pers. Enkv. M.
ai
(a)të
(a)tij
i (a)tij
3e pers. Enkv. F.
ajo
(a)të
(a)saj
i (a)saj
1e pers. Meerv.
ne
ne
nesh
i neve
2e pers. Meerv.
ju
ju
jush
i juve
3e pers. Meerv. M
ata
(a)ta
(a)tyre
i (a)tyre
3e pers. Meerv. F
ato
(a)to
(a)tyre
i (a)tyre

- Vragende voornaamwoorden: voorbeelden hiervan zijn kush (wie), ç(ë) (wat), Se (wat), Cili (welke), Sa (hoeveel), Ku (waar), Kur (wanneer), Si (hoe), Pse (waarom) (Camaj, 1984).

- Bijvoeglijke naamwoorden: adjectieven staan achter het zelfstandig naamwoord waar het adjectief op slaat en congrueren met geslacht, aantal, naamval en bepaaldheid door middel van een “preposed article“ dat hen voorafgaat, maar dit heeft slechts vier vormen: i, e, të, së (Newmark et al., 1982; Camaj, 1984). Wanneer het om meerdere adjectieven gaat, komen alle adjectieven na het zelfstandig naamwoord in Albanees, terwijl in het Italiaans het zelfstandig naamwoord tussen de adjectieven komt. (voorbeeld: la "terrible invasión italiana") (Dimitrova-Vulchanova, 1998).

Verba/werkwoorden:
Er zijn twee belangrijke vervoegingsklassen:
- werkwoorden met een stam die eindigen op een klinker
- werkwoorden met een stam die eindigen op een medeklinker.

De grammaticale categorieën die gelden bij de werkwoordsvorming zijn: number, tense, aspect, modus:

- Persono en Aantal: Het Albanees hanteert net zoals het Nederlands 1e, 2e, 3e persoon enkelvoud, 1e, 2e, 3e persoon meervoud bij werkwoordsvervoegingen. Persoon zit reeds verwerkt in de werkwoordsvervoeging en dus is het gebruik van pronomina niet nodig, slechts als men de nadruk erop wil leggen. Het Albanees is dus een pro-droptaal, in tegenstelling tot het Nederlands waar het gebruik van pronomina wel verplicht is (Kurani & Trifoni, 2014).

- Tense: Het Albanees hanteert de onvoltooid tegenwoordige tijd (Present), de toekomende tijd (Future en Future Perfect) en vijf verleden tijden namelijk: Present Perfect, Definite Past, Imperfect, Past Perfect en Pluperfect (Camaj, 1884).
  • De Present Perfect beschrijft gebeurtenissen die plaatsvonden en werden voltooid in het verleden, maar die een verband hebben met het heden. De Definite Past verwijst naar een enkele gebeurtenis in het verleden. Er is een algemene tendens om de Definite Past te vervangen door de Past Perfect.
  • De Present en de Imperfect zijn synthetisch samengesteld (morfemen in het woord zelf geplaatst), de rest van de tenses zijn analytisch; er wordt hierbij gebruik gemaakt van hulpwerkwoorden. De Present en de Imperfect hebben dezelfde basisstam terwijl de stam van de Definite Past anders is. De Perfect tenses (Present Perfect, Past Perfect, Pluperfect) en de Future tense worden dus gevormd met hulpwerkwoorden.
  • De Present Perfect wordt gevormd met de Present-vorm van ‘kam‘ (= hebben) plus het voltooid deelwoord. De Pluperfect en de Past Perfect worden ook gevormd met het hulpwerkwoord ‘kam‘. In de Pluperfect wordt de Past Definite-vorm van ‘kam‘ gebruikt. In de Past Perfect wordt de Imperfect-vorm gebruikt van ‘kam‘. De Toekomende Tijd wordt gevormd met het hulpwerkwoord ‘dua‘ (= om te willen) en het subjuntief.


- Aspect: Imperfect, Aorist, Perfect. Deze drie categorieën van aspect dragen bij aan het onderscheiden van de verschillende vormen uit de verleden tijd. De Imperfect vertegenwoordigt een voortdurende actie of een gebruikelijke of herhaalde actie, dit wordt geuit in de Present en de Imperfect. Het aorist aspect drukt een actie uit die op een enkel moment in het verleden werd uitgevoerd, uitgedrukt in de Definite Past. Het aspect Perfect drukt een actie uit die voltooid is vóór een tijdelijk referentiepunt en wordt uitgedrukt in de drie perfecte tijden (Present Perfect, Past Perfect, Pluperfect).

- Modus: In het Albanees zijn er 7 modussen: indicatief, admirative, subjunctief, conditioneel, optatief, imperatief en jussive.
  • De subjunctief en conditioneel drukken potentialiteit en mogelijkheid uit. De subjunctief kan ook als infinitief fungeren. In het Nederlands wordt de subjunctief vrijwel niet meer gebruikt, alleen in vaste uitdrukking als “lang leve de koninging!“ en religieuze uitrukkingen zoals “God zij met u“. De optatief drukt een wens uit, de jussive een suggestie of een voorstel en de imperatief een bevel (vergelijkbaar met de gebiedende wijs in het Nederlands).
  • Albanese werkwoorden, zoals die van andere Balkan-talen, hebben een Admirative modus (mënyra habitore) die verrassing of onenigheid uitdrukt. Deze modus bestaat niet in het Nederlands. Vaak wordt de Admirative gebruikt om verrassing van de kant van de spreker aan te geven of om te impliceren dat een gebeurtenis bekend is aan de spreker door middel van een verslag en niet door directe waarneming . In sommige contexten kan deze modus vertaald worden met Engelse woord "apparently" (Demiraj, 1998; Camaj, 1984).
  • Voorbeelden van de Admirative (ontleend uit Camaj, 1884):

  1. Ti flet shqip. "Je spreekt Albanees." (Indicatief)
  2. Ti fliske shqip! "Je spreekt (verrassend) Albanees!" (Admirative)
  3. Rruga është e mbyllur. "De straat is gesloten." (Indicatief)
  4. Rruga qenka e mbyllur. "Blijkbaar is straat de gesloten." (Admirative)


Syntaxis

De woordvolgorde in Albanese zinnen is flexibeler is dan in andere talen zoals het Engels, aangezien het Albanees een taal is met een sterk ontwikkelde morfologie (Kurani & Trifoni, 2014).

Ondanks dat vrijwel elke woordvolgorde in de zin mogelijk is in het Albanees, wordt voornamelijk de Subject-Verb-Object (SVO) volgorde gebruikt. Voorzetsels worden vaak in combinatie gebruikt met verbogen zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden. Om een ja/nee-vraag te vormen, wordt het vragend voornaamwoord aan het begin van de zin geplaatst (Kurani & Trifoni, 2014).


Lexicon

Het Albanees heeft veel leenwoorden vanuit het Grieks en Latijn, de Slavische talen van de Balkan (Roemeens, Bulgaars, Macedonisch), Turks, Frans, Italiaans en het Engels. Recentelijk is er een enorme toename van de invloed van vreemde talen op het informele Albanees, vooral uit het Engels en het Italiaans (AlbaGlobal, 2009).


Pragmatiek
Het Albanees heeft persoonlijke voornaamwoorden voor de eerste, tweede en derde persoon. Hierin bestaan verschillende vormen die worden gebruikt naar aanleiding van de person die spreekt, de persoon waartegen gesproken wordt en over wat/wie gesproken wordt (Murzaku, 2006)

3. Verwervingsvolgorde van het Albanees

Voor zover bekend zijn er geen Engelstalige publicaties over de verwervingsvolgorde van de Albanese taal.

4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Albanees
Er is helaas geen Engelstalige literatuur gevonden over taalontwikkelingsstoornissen in het Albanees.

5. Literatuurverwijzingen

  • AlbaGlobal (2009). Albanian Language Dialects. Op 21-12-2017 ontleend aan: http://www.albaglobal.com/modules.php?name=Albania&pa=list_pages_categories&cid=23&where=Language
  • Camaj, M. (1984). Albanian Grammar: with exercises, chrestomathy and glossaries. Otto Harrassowitz Verlag.
  • Demiraj, S. (1998). ‘Albanian’. In Ramat, A.G. &Ramat, P. (eds). The Indo-European Languages. Routledge, pp. 480-500.
  • Dimitrova-Vulchanova, M., & Giusti, G. (1998). Fragments of Balkan nominal structure. in Alexiadou, A., & Wilder, C. (Eds.).Possessors, predicates and movement in the determiner phrase, (Vol. 22). John Benjamins Publishing. pp. 333-360.
  • Kurani, A., & Trifoni, A. (2014). Syntactic similarities and differences between Albanian and English. European Scientific Journal, ESJ, 17, pp. 47-62.
  • Lowman, G.S. (1932). The phonetics of Albanian. Language, 8(4), 271 – 293.
  • Mann, S.E. (1952). The Indo-European consonants in Albanian. Language, 28(1), 31 – 40.
  • Murzaku, A. (2006). Does Albanian have a third person personal pronoun? Let’s have a look at the corpus. In: Fitzpatrick, E. (ed.) Corpus linguistics beyond the world. Amsterdam – New York: Rodopi
  • Newmark, L., Hubbard, P., & Prifti, P. R. (1982). Standard Albanian. A Reference Grammar for Students. Stanford University Press.
  • Nuhiu, M. (2013). Difficulties of Albanian speakers in pronouncing particular English speech sounds. Social and behavioral sciences, 70, 1703 – 1707.
  • Ouden, M. D. (2014). Theta rollen en argument drop (Bachelor's thesis).
  • Schoonekamp, H. (2017). Het Albanese alfabet. Op 19-12-2017 ontleend aan: http://www.albanesetaal.nl/Albanese-alfabet.
  • Struga, G. (2017). Iconographic alphabet remain the best form of expression and comprehension of speech. How the language characteristics and writing system affects brain processing of speech? EC Neurology, 8(4) 121 – 124.
  • Wikipedia (2017). Albanian dialects. Op 21-12-2017 ontleend aan:https://en.wikipedia.org/wiki/Albanian_dialects