Auteurs van deze pagina: Laura Dings, Marijke den Ouden

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Problemen die het gevolg zijn van transfer zijn niet direct een indicatie van een taalontwikkelingsstoornis. Indien de problemen die hieronder beschreven worden langdurig aanhouden, kan dit wel een indicatie zijn van een TOS.

Schrift
Voor Afghaanse kinderen die het Latijns alfabet nog niet kennen, kan het moeilijk zijn om dit te leren. In het begin zullen zij bijvoorbeeld mogelijk geen onderscheid maken tussen kleine letters en hoofdletters en de verschillende korte klinkers. Dit zal echter niet vaak opgaan voor kinderen die op jonge leeftijd naar Nederland zijn gekomen of die in Nederland zijn geboren, omdat zij doorgaans nog niet hebben leren schrijven in het Dari. Het zou wel kunnen opgaan voor kinderen die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen.

Fonologie
Het leren van de klinkers die niet in het Nederlands voorkomen: [ɑ], [Y], [y],[ Ø], [ԑi] en [œj], zou voor enige problemen kunnen zorgen, aangezien de verwerving van fonemen al vroeg in de taalverwerving stopt.

Morfologie
Afghaanse kinderen zullen waarschijnlijk moeite hebben met de Nederlandse lidwoorden en het grammaticaal geslacht, omdat dit in het Dari niet bestaat. De meervoudsvorming zal wellicht minder problemen opleveren, omdat dit in zowel het Dari als het Nederlands d.m.v. suffixen gebeurt.

In het Nederlands gaat het bijvoeglijk naamwoord altijd vooraf aan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. In het Dari wordt het bijvoeglijk naamwoord echter altijd achter het zelfstandig naamwoord geplaatst. In het geval van getallen wordt ook eerst het tiental genoemd en daarna het nummer: ‘dertig en vijf’ in plaats van ‘vijf en dertig’. Dit zou enige problemen op kunnen leveren.

Afghaanse kinderen zouden ook moeite kunnen hebben met Nederlandse onregelmatige werkwoorden, omdat die in het Dari nauwelijks voorkomen. Daarnaast kan er in het Dari door middel van een suffix aangegeven worden of de handeling van het werkwoord ‘bezig’ is of een gewoonte voltooid. Het werkwoord doen zou geovergeneraliseerd kunnen worden, omdat dit in het Dari veel gebruikt wordt om samengestelde werkwoorden te maken. Het onderscheid tussen ‘hij’ en ‘zij’ zal daarnaast aangeleerd moeten worden.

Syntaxis
De afwijkende woordvolgorde (SOV) van het Dari zou bij Afghaanse kinderen kunnen leiden tot fouten in de woordvolgorde van Nederlandse hoofdzinnen. Een mogelijke fout zou kunnen zijn dat alle werkwoorden achteraan de zin geplaatst worden. Aangezien de woordvolgorde binnen een vraagzin in het Dari niet verandert ten opzichte van de hoofdzin, kan verwacht worden dat het vraagwoord in Nederlandse vraagzinnen niet vooraan in de zin gezet zal worden, maar op de plek zal blijven staan waar het zijn oorspronkelijke functie vervult.

Het weglaten van het persoonlijk voornaamwoord als onderwerp van een zin is in een pro-drop taal zoals het Dari mogelijk. Te verwachten is dat onderwerpen in het Nederlands ook weggelaten zullen worden.

Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Er is helaas geen informatie gevonden over verwervingsvolgordes of taalontwikkelingsstoornissen in het Dari. De vragen hieronder zijn daarom gebaseerd op algemene kenmerken van een TOS.

Fonologie
Ondervindt het kind problemen bij de productie van bepaalde klanken, terwijl dit gezien de leeftijd niet meer te verwachten valt?
Voor het Nederlands geldt dat kinderen vanaf hun vierde jaar vrijwel alle klanken hebben verworven.

Morfologie
Heeft het kind in de moedertaal problemen met de vervoeging van naamwoorden en werkwoorden, zoals persoonsvervoeging of tijdsmarkering?
Maakt het in dat geval vaak gebruik van omissies of substituties?
Vanaf het achtste levensjaar zijn bij een normaal ontwikkelend kind de vervoegingen in het Nederlands verworven. Problemen met morfologie zijn een universele indicator van een TOS.

Syntaxis
Is het kind in staat om de juiste woordvolgorde in Dari hoofd- en bijzinnen te gebruiken?

Top

1. Algemene informatie over het Dari


Taalfamilie en dialecten
Het Dari behoort tot de West-Iraanse tak van de Indo-Europese talen (Entezar, 2010:11). Het Dari is een van de drie dialecten van het Perzisch. De andere twee dialecten zijn Farsi en Tajiki. Perzisch wordt gesproken door ongeveer 100 miljoen mensen in Iran, Afghanistan, Pakistan, Tadzjikistan en Oezbekistan.
In Afghanistan zijn twee officiële talen: Dari en Pashto (ook Pashtu genoemd). Pashto behoort tot de Oost-Iraanse tak van de Indo-Europese talen. Dari is de interetnische taal van Afghanistan, de lingua franca, waarmee moedertaalsprekers van onder andere Pashto, Oezbeki en Turkmeni met elkaar kunnen communiceren. Dari wordt door ruim 11 miljoen mensen als moedertaal gesproken in Kabul, noord-, centraal- en west-Afghanistan en in Gardez en Jalalabad (zuidoost- en oost-Afghanistan). Ook wordt het gesproken in Iran en Pakistan. Binnen het Dari bestaan er verschillende dialecten, de grootste zijn Kabuli, Hazaragi, Herati en Badakhsi. Deze dialecten worden onderling door alle Afghanen verstaan.

Naamloos.jpg


Schriftsysteem
Het Dari wordt in Afghanistan gebruikt in onder andere de media, het onderwijs en het zakenleven. Het Dari alfabet heeft 32 letters en is gebaseerd op het Arabisch alfabet. De taal wordt geschreven van rechts naar links behalve de getallen, die van links naar rechts geschreven worden. Het Dari wordt over het algemeen geschreven met medeklinkers en een paar lange klinkers. Er bestaan wel kleine markeringen die onder of boven letters kunnen staan om korte klinkers aan te geven, maar die worden doorgaans alleen gebruikt door kinderen of mensen die Dari als vreemde taal leren.

De meeste letters van het alfabet worden in een woord aan elkaar vast geschreven (Wahab, 2006:7). Hierdoor veranderen letters van vorm, afhankelijk van de positie in een woord. Elke letter heeft dus een bepaalde vorm aan het begin van een woord, in het midden van een woord, aan het eind van een woord en als het op zichzelf voorkomt. Het Dari heeft drie uitspraakvarianten voor de klank /s/ met elk een eigen letter, twee uitspraakvarianten met eigen letter voor de klank /t/, drie uitspraakvarianten met eigen letter voor de klank /h/ en vier letters voor de vier uitspraakvarianten van de klank /z/. Het Dari kent bovendien geen verschil tussen hoofdletters en kleine letters.

Top

2. Specifieke informatie over het Dari

De informatie in dit deel is afkomstig van twee verschillende beginnerscursussen Dari. De informatie in beide boeken vertoont variatie die waarschijnlijk toe te schrijven is aan dialect. De twee varianten zullen naast elkaar beschreven worden, zodat verschillen en overeenkomsten en dus productiemogelijkheden zichtbaar worden. Daarnaast moet er rekening mee gehouden worden dat het boek van Glassman (1971) gezien de leeftijd gedateerd kan zijn.

Fonologie
Het Dari heeft een aantal klanken die niet in het Nederlands voorkomen. De medeklinkers [dʒ] als in het Engelse joke), [tʃ] (als in het Engelse church), en [g] (als in het Engelse gold) en de klinkers [ӕ] (als in het Engelse fairy)en [ʊ] (als in het Engelse book).

De klanken die niet in het Dari voorkomen, maar wel in het Nederlands zijn: [ɑ], [Y], [y],[ Ø], [ԑi] en [œy].

In het Dari ligt de klemtoon vaak op de laatste lettergreep van een woord, maar dit kan veranderen wanneer een woord vervoegd wordt of in combinatie met andere woorden voorkomt.

Morfologie

Naamwoorden
Zelfstandige naamwoorden komen in simpele, complexe of samengestelde vorm voor (Entezar, 2010:62). Om complexe zelfstandige naamwoorden te vormen, wordt gebruik gemaakt van affixen die door hun eigenschappen de betekenis van het woord veranderen. Er zijn affixen voor tijd, aspect, getal, persoon, persoonlijke voornaamwoorden, objecten, bezit en negatie.

Het Dari kent geen bepaalde lidwoorden, maar kan door middel van het telwoord één: yak wel de onbepaaldheid van een woord aangeven (Glassman 1971). Ook wordt er in het Dari geen onderscheid gemaakt in grammaticaal geslacht (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig).

Het vormen van het meervoud van een zelfstandig naamwoord in het Dari gebeurt door het meervoudssuffix –A (Glassman 1971) of - hâ of -(g/y)ân (Wahab, 2006:64) direct achter het zelfstandig naamwoord te plaatsen. Het meervoudssuffix –ân wordt gebruikt als het gaat om personen of dieren. Voor Arabische leenwoorden kan er een Arabisch meervoudssuffix –et of –el gebruikt worden. Meervoud kan daarnaar ook aangeduid worden met telwoorden.

Glassman 1971

Wahab 2006

mez
tafel
sar
hoofd
mezA
tafels
sar
hoofden
chaoki
stoel
sarân
chefs, hoofden, leiders
chaokyA
stoelen



De meest gebruikte verkleinvorm in het Dari is het suffix –cha (Wahab, 2006: 69). Bijvoorbeeld:
‘b’agh’ betekent ‘tuin'
‘b’aghcha’ betekent ‘kleine tuin/tuintje.’

Voornaamwoorden
Het Dari maakt onderscheid tussen persoonlijk, aanwijzend en bezittelijk voornaamwoorden welke hieronder weergegeven worden.

Persoonlijk voornaamwoorden:

Wahab 2006
Glassman 1971
Ik
man
ma
Jij
tu
tU
Hij/zij
o
U
Wij
m ‘a
mA
Jullie/u
shom ‘a
shumA
Zij
‘anh ‘a
unA/enA
(unA: beleefdheidsvorm als iemand afwezig is/ enA: beleefdheidsvorm als iemand aanwezig is)

Het Dari heeft geen aparte persoonlijke voornaamwoorden voor ‘hij’ en ‘zij’ en de derde persoon enkelvoud heeft (afhankelijk van het werkwoord: Glassman 1971) geen aparte uitgang. Dus de interpretatie is afhankelijk van de context.

Het is in het Dari ook mogelijk om persoonlijk voornaamwoorden aan zelfstandig naamwoorden te koppelen (Glassman 1971).
De vervoegingen zijn als volgt: -em / -et / -esh / -emA / -etAn / -eshAn, zoals te zien in:

dukhtar – em (mijn dochter)
dukhtarA – em (mijn dochters)
dukhtar – emA (onze dochter)
dukhtarA – emA (onze dochters)

Een andere mogelijkheid is om een zelfstandig naamwoord door middel van het partikel –e aan het persoonlijk voornaamwoord te koppelen: dukhtar e ma (mijn dochter)
Het persoonlijk voornaamwoord komt achter het zelfstandig naamwoord. Dit partikel –e wordt ook gebruikt om zelfstandig en bijvoeglijk naamwoorden aan elkaar te koppelen zoals in: aw e pAk (water-partikel-schoon) en utAq e khao (kamer-partikel-bed: slaapkamer)
Daarnaast is het mogelijk om iemands bezit aan te geven door een persoonlijk voornaamwoordsuffix te combineren met het partikel –e:
ketAb e byAdarem (school-partikel-mijn broers: mijn broers school)

Aanwijzend voornaamwoorden kunnen zelfstandig en bijvoeglijk gebruikt worden.
Zelfstandig: I – dit / yA – deze / U – dat / wA – die
Bijvoeglijk: I – dit + deze / U – dat + die

Top

Werkwoorden
Werkwoorden in het Dari geven een actie, proces of toestand aan (Wahab, 2006:87). Ze worden vervoegd door affixen toe te voegen die tijd, aspect, modaliteit en persoon aangeven.

De infinitief wordt gevormd door de stam + suffix. Alle infinitieven eindigen op –dan (Wahab 2006 & Glassman 1971), -tan, of –idan (Wahab 2006). Sommige stammen voor tegenwoordige tijd zijn onregelmatig.

De tegenwoordige tijd wordt gevormd door achtereenvolgens:
- het suffix van de infinitief weg te laten;
- het prefix may- (Wahab 2006) of mE- (Glassman 1971) dat tegenwoordige tijd en ‘het bezig zijn’ van een handeling aanduidt, toe te voegen (kan zowel los als vast);
- het suffix voor persoonlijke uitgang toe te voegen.



Wahab 2006:89

Glassman 1971:67

Eten
khordan
Doen
kadan

Ik
eet
(man) may-khoram
doe
(ma) mE-kunum

Jij
eet
(tu) may-khore
doet
(tU) mE-kunI

Hij/zij
eet
(o) may-khorad
doet
(U) mE-kuna

Wij
eten
(m’a) may-ekhoraim
doen
(mA) mE-kunEm

Jullie
eten
(shom ‘a) may-khoraid
doen
(shumA) mE-kunEn

Zij
eten
(‘anh’a) may-khorand
doen
(unA/enA) mE-kunan


De (eenvoudige) verleden tijd wordt in het Dari gevormd vanuit een aantal vaste regelmatige stammen (Wahab, 2006:93).
- eerst wordt de markeerder voor de infinitief verwijderd;
- het werkwoord wordt vervolgens vervoegd met een suffix dat persoon markeert.



Wahab 2006:93

Glassman 1971:111

Lezen
khw ‘andan
Doen
kadan
Ik
las
(man) khw ‘andam
deed
(ma) kadum
Jij
las
(tu) kw ‘andi
deed
(tU) kadI
Hij/zij/het
las
(o) khw ‘and
deed
(U) kad
Wij
lazen
(m ‘a) khwandim
deden
(mA) kadEm
Jullie/u
lazen
(shom ‘a) khw ‘andid
deden
(shumA) kadEn
Zij
lazen
(‘anh ‘a) khw ‘andand
deden
(unA/enA) kadan

Om aan te geven dat een handeling in het verleden aan de gang was, moet het prefix mE- aan bovenstaande werkwoordsvormen toegevoegd worden (Glassman 1971:133).

Om de voltooid tegenwoordige tijd (Ik heb gedaan) te vormen moet ook eerst de markeerder voor de infinitief verwijderd worden, waarna onderstaande vervoegingen aan de stam worden toegevoegd en de klemtoon naar de laatste lettergreep wordt verschoven (Glassman 1971:231).


Kadan
Doen
Ik
heb gedaan
(ma) kadEm
Jij
hebt gedaan
(tU) kadI
Hij/zij/het
heeft gedaan
(U) kada
Wij
hebben gedaan
(mA) kadEm
Jullie
hebben gedaan
(shumA) kadEn
Zij
hebben gedaan
(unA/enA) kadan

De voltooid verledentijd wordt gevormd door het infinitiefsuffix te verwijderen, daarvoor in de plaats het suffix –a aan de stam toe te voegen en het werkwoord budan (zijn) te vervoegen (Glassman 1971:246).


Kadan
Doen
Ik
had gedaan
(ma) kada budum
Jij
had gedaan
(tU) kada budI
Hij/zij/het
had gedaan
(U) kada bUd
Wij
hadden gedaan
(mA) kada budEm
Jullie
hadden gedaan
(shumA) kada budEn
Zij
hadden gedaan
(unA/enA) kada budan
De toekomstige tijd wordt dan nog aangegeven door middel van het woord khw ‘ahad’, dat ‘zullen’ betekent (Wahab, 2006:100). In spreektaal wordt het vaak als kh ‘ad uitgesproken. Het komt vóór het werkwoord, als een prefix aan de persoonsuitgang.

Hebben - d ‘ashtan
Ik zal hebben – (man) khw ‘ahad d’ashtam.

Veel werkwoorden in het Dari zijn samengestelde werkwoorden (Naderi, 2010). In de meeste gevallen wordt het werkwoord kardan (doen) gecombineerd met een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld khawab kardan (slapen/ slaap doen). Twee andere werkwoorden worden ook regelmatig op deze manier gebruikt; shudan (worden) en bodan (zijn).

Top

Syntaxis
Het Dari is een pro-drop taal, dus het gebruik van een onderwerp (persoonsvorm) is niet verplicht. Het onderwerp is dan door middel van een suffix aan het werkwoord af te lezen (Bahrami, 2009).

Het Nederlands heeft SVO als woordvolgorde in hoofdzinnen: subject (onderwerp)-verb (werkwoord)-object (lijdend voorwerp), bijvoorbeeld ‘Ik lees een boek.’
De meest gebruikelijke woordvolgorde in het Dari is echter SOV: subject-object-verb, bijvoorbeeld ‘Ik een boek lees’.

In vraagzinnen met het vraagwoord wat, waar, wie of wanneer, komt in het Dari het vraagwoord niet vooraan in de zin zoals in het Nederlands, maar voor het werkwoord (Wahab, 2006:60). Bijvoorbeeld:
in che ast? (‘dit wat is?’)

Vraagzinnen zonder vraagwoord worden in het Dari aangeduid met het betekenisloze woord ‘ay‘a vooraan in de zin, of door een vocale klemtoon te leggen aan het eind van een zin. Dit laatste wordt vooral in informele spraak gedaan.
Bijvoorbeeld: ‘ay‘a kh ‘ana rafti? / kh ‘ana rafti?’ betekent ‘Ging je naar huis?’ (naar huis ging: Ging je naar huis?)
Beide zinnen betekenen hetzelfde, maar in de tweede zin ligt de klemtoon op de laatste lettergreep.

Het Dari heeft een uitgebreide structuur van bepalingen/bijzinnen, zoals restrictieve bijzinnen (‘Het boek op de tafel is van mij’) en niet-restrictieve bijzinnen (‘Boeken, die ieders beste vriend zijn, worden gevonden in alle boekwinkels’), gesplitste bijzinnen (‘Het was Karim die dat huis kocht’) en oorzakelijke bepalingen (‘Ik ga naar de dokter omdat ik ziek ben’) (Entezar, 2010:99-102).

Pragmatiek
Het suffix -ak aan een zelfstandig naamwoord drukt liefde en respect uit (m.b.t. kinderen en familieleden) of juist belediging en minachting, afhankelijk dus van de persoon waarover het gaat en de context (Wahab, 2006:69). Bijvoorbeeld:
madarak betekent ‘moeder’ op een liefdevolle, respectvolle manier.
mardak betekent ’ man’ op een minachtende manier.

Beleefdheid wordt getoond door middel van het persoonlijk voornaamwoord shom‘a (Nederlands: ‘u’) dat bedoeld is voor ouderen, vreemden en superieuren (Wahab, 2006:74). Het kan zowel voor één persoon als voor meerdere personen gebruikt worden.
Als groet wordt meestal sa’lam gebruikt en als afscheid khod ‘a hafiz. Over het algemeen stellen Afghanen zich voor met hun voornaam. Soms wordt de naam van hun vader gebruikt als achternaam (Wahab, 2006:136).

Top

3. Verwervingsvolgorde van bovengenoemde domeinen

Helaas is er geen informatie te vinden over de verwervingsvolgorde van het Dari bij kinderen. Navraag bij Kabul University, Indiana University (Department of Central Eurasian Studies), dr. Shaista Wahab en dr. Ehsan M. Entezar heeft ook niets opgeleverd. Zij hebben hier geen onderzoek naar gedaan en kunnen niet aangeven wie dat wel heeft gedaan. Vooralsnog gaan we er dus vanuit dat Afghaanse Dari-sprekende kinderen ongeveer de universele stadia zullen volgen, zie het schema.

4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Dari

Helaas is er geen informatie te vinden over taalontwikkelingsstoornissen in het Dari. Navraag bij Kabul University, Indiana University (Department of Central Eurasian Studies), dr. Shaista Wahab en Ehsan M. Entezar heeft ook niets opgeleverd. Naar hun weten is hier geen onderzoek naar gedaan.

5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen


Literatuur en websites
- Wahab, S. (2006). Beginner’s Dari
- Naderi, S. (2010). An Analysis of native Dari speakers’ errors in university-level Dari and English writing
- Bahrami, Y.M. (2009). Marking of English verbs for past tense: a study of Afghan learners’ production
- http://www.scribd.com/doc/32648951/Dari-Grammar-and-Phrase-Book
Deel online boek: Entezar, E.M. (2010). Grammar and Phrase Book
- http://www.transparent.com/learn-dari/overview.html
- http://mylanguages.org/learn_dari.php
- http://www.onlinefarsi.net/dari-grammar

0. Praktische informatie voor taalonderzoek

Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Problemen die het gevolg zijn van transfer zijn niet direct een indicatie van een taalontwikkelingsstoornis. Indien de problemen die hieronder beschreven worden langdurig aanhouden, kan dit wel een indicatie zijn van een TOS.

Schrift
Voor Afghaanse kinderen die het Latijns alfabet nog niet kennen, kan het moeilijk zijn om dit te leren. In het begin zullen zij bijvoorbeeld mogelijk geen onderscheid maken tussen kleine letters en hoofdletters en de verschillende korte klinkers. Dit zal echter niet vaak opgaan voor kinderen die op jonge leeftijd naar Nederland zijn gekomen of die in Nederland zijn geboren, omdat zij doorgaans nog niet hebben leren schrijven in het Dari. Het zou wel kunnen opgaan voor kinderen die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen.

Fonologie
Het leren van de klinkers die niet in het Nederlands voorkomen: [ɑ], [Y], [y],[ Ø], [ԑi] en [œy], zou voor enige problemen kunnen zorgen, gezien de verwerving van fonemen al vroeg in de taalverwerving stopt.

Morfologie
Afghaanse kinderen zullen waarschijnlijk moeite hebben met de Nederlandse lidwoorden en het grammaticaal geslacht, omdat dit in het Dari niet bestaat. De meervoudsvorming zal wellicht minder problemen opleveren, omdat dit in zowel het Dari als het Nederlands d.m.v. suffixen gebeurt.

In het Nederlands gaat het bijvoeglijk naamwoord altijd vooraf aan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. In het Dari wordt het bijvoeglijk naamwoord echter altijd achter het zelfstandig naamwoord geplaatst. In het geval van getallen wordt ook eerst het tiental genoemd en daarna het nummer: ‘dertig en vijf’ in plaats van ‘vijf en dertig’. Dit zou enige problemen op kunnen leveren.

Afghaanse kinderen zouden ook moeite kunnen hebben met Nederlandse onregelmatige werkwoorden, omdat die in het Dari nauwelijks voorkomen. Daarnaast kan er in het Dari door middel van een suffix aangegeven worden of de handeling van het werkwoord ‘bezig’ is of een gewoonte voltooid. Het werkwoord doen zou geovergeneraliseerd kunnen worden, omdat dit in het Dari veel gebruikt wordt om samengestelde werkwoorden te maken. Het onderscheid tussen ‘hij’ en ‘zij’ zal daarnaast aangeleerd moeten worden.

Syntaxis
De afwijkende woordvolgorde (SOV) van het Dari zou bij Afghaanse kinderen kunnen leiden tot fouten in de woordvolgorde van Nederlandse hoofdzinnen. Een mogelijke fout zou kunnen zijn dat alle werkwoorden achteraan de zin geplaatst worden. Aangezien de woordvolgorde binnen een vraagzin in het Dari niet veranderd ten opzichte van de hoofdzin, kan verwacht worden dat het vraagwoord in Nederlandse vraagzinnen niet vooraan in de zin gezet zal worden, maar op de plek zal blijven staan waar het zijn oorspronkelijke functie vervult.

Het weglaten van het persoonlijk voornaamwoord als onderwerp van een zin is in een pro-drop taal zoals het Dari mogelijk. Te verwachten is dat onderwerpen in het Nederlands ook weggelaten zullen worden.




Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Er is helaas geen informatie gevonden over verwervingsvolgordes of taalontwikkelingsstoornissen in het Dari. De vragen hieronder zijn daarom gebaseerd op algemene kenmerken van een TOS.

Fonologie
Ondervindt het kind problemen bij de productie van bepaalde klanken, terwijl dit gezien de leeftijd niet meer te verwachten valt?
Voor het Nederlands geldt dat kinderen vanaf hun vierde jaar alle klanken hebben verworven.

Morfologie
Heeft het kind in de moedertaal problemen met de vervoeging van naamwoorden en werkwoorden, zoals persoonsvervoeging of tijdsmarkering?
Maakt het in dat geval vaak gebruik van omissies of substituties?
Vanaf het achtste levensjaar zijn bij een normaal ontwikkelend kind de vervoegingen in het Nederlands verworven. Problemen met morfologie zijn een universele indicator van een TOS.

Syntaxis
Is het kind in staat om de juiste woordvolgorde in Nederlandse hoofd- en bijzinnen te gebruiken?

kwam
Top