Auteurs van deze pagina: Annelies Schoonewelle, Iris Bulters en Judith van der Linden

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Mandarijn-Chinees verschilt in veel opzichten van het Nederlands. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in de fonologie, morfologie en syntaxis in de Nederlandse taal als gevolg van transfer. Als deze problemen in het Nederlands worden geconstateerd, hoeft dit dus geenszins op een taalontwikkelingsstoornis te duiden.

Fonologie
Uitspraak
Een belangrijk verschil tussen het Mandarijn en het Nederlands is dat het Mandarijn een tonale taal is. Doordat het Nederlands geen tonale taal is, worden op dit gebied dus weinig problemen verwacht. Er zijn een paar uitzonderingen, denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen 'vóórkomen' en 'voorkómen'.
Daarnaast kent het Mandarijn-Chinees retroflexie bij consonanten en klinkers. Dit houdt in dat bepaalde consonanten alveolair worden uitgesproken, wat kan zorgen voor een afwijkende uitspraak in de Nederlandse taal. Voor klinkers betekent dit dat deze neigen naar een [r], waardoor er bijvoorbeeld ‘Chinar’ gezegd wordt in plaats van ‘China’. Dit is kenmerkend voor de sprekers uit Bejing. Sprekers die hier niet vandaan komen hebben meestal juist moeite met de [r].

Syllabestructuur
De structuur van de syllabe komt overeen met het Nederlands, namelijk de V-, CV-, VC- en CVC-structuur. Wel kunnen sprekers van het Mandarijn-Chinees moeite hebben met de laatste consonant van de syllabe in geval van consonantclusters. In het Mandarijn-Chinees zijn er namelijk maar twee consonanten mogelijk op de laatste plaats van de syllabe, terwijl er in het Nederlands meer mogelijkheden zijn. Een woord als 'herfst' is waarschijnlijk moeilijk uit te spreken voor kinderen die Mandarijn-Chinees als moedertaal spreken.

Morfologie
Verbuigingen
Het Mandarijn-Chinees kent geen verbuigingen. Als gevolg van transfer heeft een spreker van het Mandarijn-Chinees waarschijnlijk problemen met het meervoud van zelfstandige naamwoorden. Ze zeggen mogelijk ‘tien kist’ in plaats van ‘tien kisten’. In het Mandarijn wordt namelijk niets veranderd aan het zelfstandig naamwoord zelf, maar er wordt een extra woord toegevoegd om de hoeveelheid aan te duiden. Ook kan de hoeveelheid aangeduid worden door een woord te redupliceren. Reduplicatie vindt ook plaats bij het versterken van de betekenis van bijvoeglijke naamwoorden, waardoor zinnen kunnen ontstaan zoals: ‘de mooie-mooie kerk.’

Vervoegingen
Ook kent het Mandarijn-Chinees geen vervoegingen en werkwoordstijden. Dus er kan voorspeld worden dat sprekers van het Mandarijn werkwoorden onvervoegd zullen laten. Om grammaticale aspecten zoals tijd en persoon aan te geven, wordt er gebruik gemaakt van een vaste woordvolgorde en voor-, tussen- en achtervoegsels.

Lidwoorden
Een spreker van het Mandarijn-Chinees heeft mogelijk moeite met de lidwoorden ‘de’ en ‘het’, omdat het Mandarijn geen onderscheid maakt tussen verschillende soorten bepaalde lidwoorden. Zij gebruiken alleen één onbepaald lidwoord en één bepaald lidwoord.

Geslacht
In het Mandarijn wordt geen onderscheid gemaakt in geslacht en de persoonlijk voornaamwoorden zijn onveranderlijk. Persoonlijke voornaamwoorden verwijzen vaak naar een eerdere gebeurtenis, waardoor er zinnen ontstaan als:‘de man, hij is erg aardig’. Omdat er maar één vorm bestaat voor zowel subject als object kan het zijn dat in het Nederlands, waar deze verschillen wat genuanceerder zijn, fouten worden gemaakt bij persoonlijk voornaamwoorden.

Syntaxis
De woordvolgorde in het Mandarijn is hetzelfde als in het Nederlands, namelijk SVO. Deze volgorde kan afwijken, wanneer het belangrijkste onderwerp van de zin vooraan in de zin wordt gezet. Sprekers van het Mandarijn kunnen hiermee fouten, als ze deze regel ook toepassen in het Nederlands. Andere fouten die gemaakt kunnen worden met de woordvolgorde, is met de bijzinnen in het Nederlands. In het Mandarijn staan bijzinnen links van het hoofdwoord. Dit kan lang niet in iedere situatie in het Nederlands ook zo worden toegepast.

Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Er zijn enkele onderzoeken gedaan naar TOS in het Mandarijn-Chinees (o.a. Cheung, 2003; Yu, 2016). Meer onderzoek is nodig om specifieke TOS-elementen vast te stellen in het Mandarijn. Aan de hand van wat er tot nu toe bekend is over TOS in het Mandarijn, kunnen de volgende vragen gesteld worden aan de ouders van een Chinees kind:

  • Laat het kind voor-, tussen- en achtervoegsels weg?
  • Laat het kind voornaamwoorden weg?
  • Beheerst het kind de object-topicstructuur?

1. Algemene informatie over het Mandarijn-Chinees


Het Mandarijn-Chinees, kortweg het Mandarijn, is één van de veertien geregistreerde talen van de Chinese taalfamilie (onderdeel van de Sino-Tibetaanse taalfamilie). Het wordt met name gesproken door inwoners van China: 70% van de Chinese bevolking spreekt Mandarijn of een dialect van het Mandarijn als moedertaal. Het Mandarijn wordt in China gesproken ten noorden van Changjiang rivier, een gordel ten zuiden van Changjiang (in de provincie Jiangxi) naar Zhenjiang (in de provincie Jiangsu). Verder wordt het gesproken in de provincies Hubei, Sichuan, Yunnan, Guizhou, het noordwestelijke gedeelte van Guangxi en het noordwestelijke gedeelte van Hunan. Naast China wordt het Mandarijn ook gesproken in Brunei, Cambodja, Canada, Indonesië (Java en Bali), Laos, Libië, Maleisië (peninsulair), Mauritius, Mongolië, Mozambique, de Filippijnen, de Russische Federatie, Singapore, Taiwan, Thailand, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Vietnam en Zambia.
map china.jpg
Dialecten
Er bestaan verschillende dialecten van het Mandarijn. Deze kunnen het best worden ingedeeld per regio. In het noordelijke deel van China wordt het Huabei Guanhua gesproken, in het noordwestelijk deel het Xibei Guanhua, in het zuidwestelijk deel het Xinan Guanhua, en dan is er nog het Jinguai Guanhu, ook wel het Lower Yangtze Mandarijn genoemd. Dit laatste dialect wijkt het meest af van het Mandarijn zelf, omdat het wordt omgeven door andere Chinese talen (het Wu, Hui en Gan).

Schriftsysteem
Waar het Nederlands geen verschillen kent tussen spreektaal en schrijftaal, kent het Mandarijn meerdere vormen. Het Wenli is het traditionele schrift dat tot de 20e eeuw gebruikt werd en wijkt af van de moderne gesproken vorm. Het wordt ook wel ‘classical Chinese’ genoemd, niet te verwarren met ‘classic Chinese’, wat oud-Chinees is. Het moderne geschreven Chinees is gebaseerd op het dialect dat in Peking (Beijing) gesproken wordt. Op scholen krijgen leerlingen het officiële schrift Putonghua aangeboden, wat sterk lijkt op het Peking dialect en andere noordoostelijke variëteiten.

De officiële naam voor het schriftsysteem van het Mandarijn is Zhuyin fuhao (注音符號), maar het staat beter bekend als Chu-yin, wat ‘fonetische symbolen’ betekent, of Bopomofo. Deze laatste naam is afgeleid van de eerste vier syllabes in de ordening van de karakters. Er zijn 37 verschillende karakters te onderscheiden en vier accenten die toon aangeven. Door karakters en accenten te combineren zijn duizenden verschillende combinaties mogelijk.

2. Specifieke informatie over het Mandarijn-Chinees


Fonologie
Uitspraak
Het Mandarijn-Chinees is een tonale taal. Er zijn vier tonen in het Mandarijn: de hoge toon, de hoog stijgende toon, de dalend-stijgende toon en de hoog dalende toon.
Het Mandarijn is opgebouwd uit syllabes die maximaal kunnen bestaan uit een initiële medeklinker, een palatale glijklank (zoals de [j] in het woord ‘jong’), een klinker, een finaal en een toon. Op deze manier zijn er enkele honderden verschillende syllaben mogelijk. De initiële medeklinker is altijd één van klanken uit onderstaande tabel.

labiaal
alveolaar
retroflex
palataal
velaar
plosieven
p, pʰ
t, tʰ


k, g
nasalen
m
n


ŋ
affricatieven

ts, tsʰ
tʂ, tʂʰ
tɕ, tɕʰ

fricatieven
f
s
ʂ
ɕ
x
sonoranten
w
l
ɹ
j

De palatale glijklank wordt uitgesproken door velaire klanken (zoals de [k] of de ng-klank [ŋ]) of alveolaire sibilanten (zoals [z]) te palatiseren, dat wil zeggen, te verschuiven naar het gehemelte. Woordeindes op een plosief (zoals [b] of [p]) of op [m] komen te vervallen of worden vervangen door een glottale stop [Ɂ]. Enkele consonanten die wel in het Mandarijn voorkomen, maar niet in het Nederlands, zijn [ʂ], [ʐ], [ʈ], [ɖ], [ɳ], [ɭ], [ɽ] en [ɻ]. Dit zijn de zogenaamde retroflexe consonanten die alveolair worden uitgesproken (tussen de tandkassen en het harde gehemelte) en waarbij de tong een platte, holle of gekrulde vorm heeft. De term die wordt gebruikt voor retroflexie bij klinkers is ‘rotacisme’. Hierbij neigt de klinker naar de [r] door de tong bij het uitspreken van de klinker omhoog te laten komen. Denk hierbij aan een klank in het Engelse ‘butter’ in een Noord-Amerikaans accent, of, in een sterk overdreven vorm, de piratenuitspraak ‘Arrr!’.

Syllabestructuur
Een syllabe in het Putonghua, de officiële en door de overheid aangemoedigde variant van Mandarijn, kent vier mogelijke structuren: V, CV, VC en CVC. Er zijn 21 medeklinkers die op de eerste plaats van een syllabe kunnen voorkomen en 2 medeklinkers die op de laatste plaats kunnen voorkomen ([n] en [ŋ]). Er zijn drie groepen klinkers: een groep met 9 simpele klinkers ([i, y, u, ɤ, o, ᴀ, ə, ε, ɚ], waarvan de laatste retroflex is en niet voorkomt in het Nederlands), een groep met 9 diftongen ([ae, ei, ɑo, ow, iᴀ, iε, uᴀ, uo, yε]) en een groep met 4 triftongen ([iɑo, iow, uae, uei]).

Morfologie
In het Mandarijn wordt vooral gebruik gemaakt van woordvolgorde en voor-, tussen- of achtervoegsels om grammaticale aspecten zoals tijd, persoon, aantal e.d. aan te geven. Welk achtervoegsel wordt gebruikt, kan sterk afhangen van de regio.

Tijd
Om een progressief aan te geven (iets is nog aan de gang), wordt in het Mandarijn het achtervoegsel –zhe gebruikt. Om de perfectief aan te geven (iets is afgelopen) wordt het achtervoegsel –le gebruikt.

Aantal
Om een zelfstandig naamwoord van enkelvoud naar meervoud te laten gaan, wordt in het Mandarijn niets veranderd aan het woord zelf. Er wordt een extra woord toegevoegd aan de zin dat de hoeveelheid aanduidt. Deze staat vaak vóór het zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: 'tien kist' in plaats van 'tien kisten'.

Lidwoorden
Het Mandarijn kent geen lidwoorden zoals wij dat kennen. Een onbepaald lidwoord (een) wordt aangegeven door ‘yi’ voor een woord te zetten en een bepaald lidwoord (de/het) wordt aangegeven met het voorvoegsel ‘nèi’.

Persoonlijk voornaamwoorden
Voornaamwoorden in het Mandarijn verwijzen altijd naar iets wat al eerder is genoemd en worden soms ook gebruikt in een zin op een manier die in het Nederlands niet gebruikelijk is, door zowel het voornaamwoord als het woord waarnaar het verwijst te gebruiken. Dit kan leiden tot vertaalde zinnen als ‘de man, hij is erg aardig’. Er wordt geen onderscheid gemaakt in geslacht en de persoonlijk voornaamwoorden zijn onveranderlijk. Ze zien er als volgt uit: wă (ik/me/mij), nĭ (je/jij/jou), tā (hij/zij/het/hem/haar), wŏmen (wij/we/ons), nĭmen (jullie), tāmen (zij/hen/hun).

Reduplicatie
Bij reduplicatie wordt een woord herhaald, wanneer het van betekenis verandert. In het Mandarijn kan dit op verschillende manieren. Als een werkwoord herhaald wordt, bijvoorbeeld bij ‘zeggen’, verandert de betekenis van ‘zeggen’ (shuō) naar ‘een beetje zeggen’ (shuō-shuo). Wanneer een bijvoeglijk naamwoord wordt geredupliceerd wordt de betekenis versterkt. Bij een geredupliceerd woord dat een hoeveelheid aangeeft verandert de betekenis van ‘een pond vlees’ (bàng ròu) naar ‘elke kilo vlees’ (bàng-bang ròu).

Syntaxis
De basiswoordvolgorde van het Mandarijn is SVO, net als het Nederlands. Er is echter een belangrijke uitzondering op dit systeem, wat ook wel de ‘topic-comment’ structuur genoemd wordt. Dit houdt in dat het belangrijkste ‘topic’ van de zin vooraan wordt geplaatst. Een voorbeeld:

tree leaves big.jpg

In het Nederlands kennen we een grammaticale structuur die zich naar rechts beweegt (zie afbeelding ‘de aanschaf van de auto’). Wanneer we de ‘boom’ van een grammaticale structuur bekijken, beginnen we linksboven en bewegen we naar rechtsonder. In het Mandarijn is dit anders: hierin is het begin van de boom rechtsboven en het eind van de boom linksonder. De topic-comment structuur past binnen deze grammaticale structuur. Het Japans kent deze structuur ook.

grammaticaltree.jpg














Bijzinnen staan in het Mandarijn dan ook links van het hoofdwoord, in tegenstelling tot het Nederlands, waar bijzinnen altijd rechts van het hoofdwoord staan (bijv. ik wil het boek dat jij ook hebt). Bij ditransitieve zinnen, zinnen waarin er naast het subject twee objecten voorkomen (ik geef jou een boek) kan de woordvolgorde in het Mandarijn afwijken van SVO.

Onderschikking
Het Mandarijn Chinees kent ook onderschikking. Een zin bestaat daarbij uit het hoofddeel en een ondergeschikt deel. De twee delen kunnen op verschillende manieren in relatie tot elkaar staan:

Enkele voorbeelden (Zhang, 2014)

1) Contrast-relatie: Ondergeschikte zin - hoofdzin
尽管我很努力了,但是我考试还是没及格
jìnguǎn wǒ hěn nǔlì le, dànshì wǒ kǎoshì háishì méi jí gé
Even though I tried my best, I didn’t pass the exam.
Ondanks dat ik zo mijn best deed, heb ik het examen niet gehaald.

2) Oorzakelijke relatie: Ondergeschikte zin - hoofdzin
因为今天停电,所以我没法看电视了
yīnwéi jīntiān tíngdiàn, suǒyǐ wǒ méifǎ kàn diàn shì le
Because the power is cut off, I cannot watch the TV.
Omdat de stroom uitgevallen is, kan ik geen TV kijken.

3) Voorwaardelijke relatie: Ondergeschikte zin - hoofdzin
如果明天不下雨,我们去公园玩吧
rúguǒ míngtiān bú xiàyǔ, wǒmen qù gōngyuán wán ba
If it doesn’t rain tomorrow, let’s go to the park.
Als het morgen niet regent, laten we naar het park gaan.

In het Mandarijn moet de ondergeschikte zin altijd voor de hoofdzin komen te staan. Dit is in het Nederlands niet verplicht:
1) Ik heb het examen niet gehaald, ondanks dat ik zo mijn best had gedaan.
2) Ik kan geen TV kijken, omdat de stroom is uitgevallen.
3) Laten we naar het park gaan, als het morgen niet regent.

De zinnen worden gevormd met voegwoorden, de onderstaande worden daar vaak voor gebruikt:
宁可 (nìngkě), 与其 (yǔqí), 就是 (jiùshì), 即使 (jíshǐ), 假如 (jiǎrú), 如果 (rúguǒ), 要是 (yàoshì), 除非 (chúfēi), 只有 (zhǐyǒu), 无论 (wúlùn), 不论 (búlùn), 不管 (bùguǎn), 既然 (jìrán), 由于 (yóuyú), 因为 (yīnwéi), 尽管 (jìnguǎn), 虽然 (suīrán), 但是 (dànshì), 为的是 (wèi de shì), 因此 (yīncǐ), en 所以 (suǒyǐ), (Teng, 2013).

De volgende bijwoorden worden vaak in de hoofdzin gebruikt:
才 (cái), 就 (jiù), 也 (yě), 都 (dōu), 即 (jí), 反而 (fǎn'ér), (Teng, 2013).


Pragmatiek
De Chinese cultuur is een cultuur waarin hiërarchie en beleefdheid erg sterk een rol spelen. In de praktijk betekent dit dat een Chinees zich in het algemeen inferieur opstelt en zeer beleefd is in de omgang. In intercultureel groepsverband kan dit ervoor zorgen dat Chinezen zich op de achtergrond opstellen en minder extravert zijn dan de overige groepsgenoten. In het Chinese schoolsysteem wordt heel anders gewerkt dan in het Nederlandse schoolsysteem: leerlingen staan een stuk lager op de sociale ladder dan de leraren. Van interactieve lessen is in het algemeen geen sprake, de leraar onderwijst en de leerling luistert. Het gezag van de onderwijzer speelt een belangrijke rol. Doordat dit gebruik al vroeg wordt aangeleerd en gedurende de hele onderwijsperiode van de Chinees wordt aangehouden, hebben veel Chinezen in Nederlands groepsverband moeite met het aanpassen naar de Nederlandse cultuur. Ze zijn gewend zich op de achtergrond op te stellen en vooral passief te leren (veel luisteren, weinig produceren). In ons Nederlandse onderwijssysteem, waar de leerling juist centraal staat en actief leren de norm is, kan dit voor problemen zorgen bij de Chinese leerling.

3. Verwervingsfases in bovenstaande domeinen in het Mandarijn-Chinees


In een onderzoek van Hua en Dodd (2001) wordt de fonologische verwerving van het Putonghua, de officiële vorm van Mandarijn, behandeld. Sinds 1950 wordt het Putonghua door de Chinese overheid gepropagandeerd. Er is verder maar weinig geschreven over de verwervingsvolgorde van het Mandarijn, ondanks het feit dat het de meest gesproken taal ter wereld is.
Nasale klanken worden eerder verworven dan orale klanken, en stopklanken worden eerder verworden dan fricatieven. Dit is consistent met vergelijkbare resultaten uit het Engels, maar ook uit het Spaans, Italiaans, Turks, Japans en Cantonees. Daarnaast worden gemarkeerde kenmerken, aspiratie (zoals in het Engelse [pʰot]) en affricatie (waarbij een medeklinker begint met een plofklank en eindigt in een fricatief, zoals in het Engelse ‘church’) later verworven dan de normale, ongemarkeerde kenmerken.

Het verwerven van de tonale aspecten van het Mandarijn gebeurt in een vroeg stadium. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan het belang van de tonen voor de betekenis van de woorden.
In de kindertaalverwerving maken de Chinese kinderen aanzienlijk minder fouten met klinkers dan met medeklinkers. Dit kan zijn omdat de klinkers verplichte onderdelen zijn van de syllaben in het Putonghua. Wel is het zo dat veel kinderen diftongen (en triftongen) reduceren tot monoftongen, oftewel simpele klinkers. Uit het experiment van Hua en Dodd (2001) blijkt dat kinderen af en toe klinkers verwisselen of langer maken dan de bedoeling is. Fouten op gebied van tonen worden amper gemaakt.

Een typisch Chinees talig kenmerk is ‘rotacisme’. Dit houdt in dat klinkers op een bepaalde manier worden uitgesproken (retroflex) waardoor de tong omhoog komt en de klinkers een bijklank van een [r] krijgen. Ruim 90% van de kinderen boven de 2 jaar heeft deze vorm van klinkeruitspraak al verworven. Bij de andere gevallen werd de vorm vervangen door een simpelere vorm, vrij van rotacisme.

4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Mandarijn-Chinees


Aan de hand van een experimenteel onderzoek naar geheugencapaciteit bij kinderen met taalontwikkelingsstoornissen (TOS) van Cheung (2003) zijn er een aantal noemenswaardige resultaten. Dit onderzoek betrof drie groepen Chinese kinderen: tien kinderen met TOS(6;10 – 7;6), tien normaalontwikkelende kinderen met dezelfde leeftijd en tien normaalontwikkelende kinderen met dezelfde taalleeftijd (5;2 – 5;9). Er zijn geen significante resultaten gevonden bij een ‘word span task’ waarbij de kinderen een rij van dierennamen in dezelfde volgorde moest herhalen. De kinderen met TOS hadden wel meer moeite met het onthouden van posities van objecten, wat een onverwacht resultaat is, omdat taalgestoorde kinderen het vaak even goed doen op cognitief gebied als kinderen zonder TOS. De auteur biedt twee mogelijkheden voor deze contradictie: 1) kinderen met TOS hebben toch een algemeen cognitief deficit, of 2) wat bleek uit de observaties tijdens het experiment, de kinderen oefenen de woorden zachtjes hardop na een of twee oefeningen. Door de dierennamen zachtjes uit te spreken, geven de kinderen ze een plek in hun ruimtelijk geheugen en zijn de namen gemakkelijker op te roepen naderhand. Zowel de taalgestoorde kinderen als de normaalontwikkelende kinderen maakten gebruik van deze techniek, maar de taalgestoorde kinderen hadden alsnog mindere resultaten. De auteur suggereert dat dit komt doordat deze kinderen moeite hebben met beelden omzetten in woorden, om taal te vinden voor een concept dat alleen op een plaatje bestaat. Met andere woorden, het mentale lexicon is minder toegankelijk voor kinderen met TOS.

Inmiddels is ook onderzoek gedaan naar het begrip en de productie van de topic-commentstructuur van eentalige kinderen met TOS (Yu, 2016). In dit onderzoek namen 12 Mandarijn sprekende kinderen (3;11 - 6;1) met TOS deel. De twee andere groepen bestonden uit 24 normaal ontwikkelende Mandarijn sprekende kinderen (4;0 - 6;0). Het begrip en de productie is gemeten aan de hand van 'sentence-picture matching tasks' en één 'elicitation production task'. Het bleek dat de Chinese TOS-kinderen tussen 4;0 en 6;1 jaar de subject-topicstructuur goed begrepen. Daarentegen vertoonden de TOS-kinderen slecht begrip en productie van de object-topicstructuur. Bij de object-topicstructuur hoorde het object vooraan in de zin geplaatst te worden, omdat dit de belangrijkste topic was. In dit geval produceerden de TOS-kinderen de minder complexe SVO zinnen in plaats van het object naar voren te halen. Ook waren de TOS-kinderen niet in staat om een thematische rol aan het object toe te kennen op het moment dat deze vooraan in de zin stond.

5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen

Het Mandarijn wijkt in veel opzichten af van het Nederlands. Het is een tonale taal, het heeft een karakterschrift, er komen andere soort klanken in voor dan in het Nederlands (retroflexe medeklinkers, rotacisme). Ook op gebied van grammatica zijn veel verschillen, zo werkt het Mandarijn bijna uitsluitend met voor-, tussen- en achtervoegsels voor bijvoorbeeld lidwoorden, meervoudsaanduidingen, enz. Wat betreft diepere grammaticale structuren is het Mandarijn een naar links vertakkende taal, waar Nederlandse grammaticale bomen naar rechts vertakken. Door het 'topic-comment' principe wordt het belangrijkste onderdeel van de zin vooraan gezet. Op gebied van pragmatiek zijn ook grote verschillen te vinden; zo zijn Chinezen over het algemeen beleefder, minder extravert en gewend om op de achtergrond te blijven.

In een interessant artikel van Hansen (2001) wordt meer uitgelegd over hoe bij tweetaligen (T1 Mandarijn, T2 Engels) de verwerving van het Engels plaatsvindt. Er staan veel praktische voorbeelden in, zoals het niet uitspreken van de laatste consonanten van een woord. Het wordt niet gekoppeld aan taalontwikkelingsstoornissen.

In The acquisition of Mandarin van Erbaugh (1992) wordt een zeer gedetailleerd beeld gegeven van de moedertaalverwerving van het Mandarijn. Alleen op gebied van fonologie ontbreekt het hier, maar dit wordt mooi aangevuld door Hua & Dodd (2000). Dit artikel verschaft veel inzicht in het verwervingsproces van Chinese kinderen. In de initiële opzet van het experiment werden ook 5 kinderen (van de 134) gevonden met een taalontwikkelingsstoornis, maar deze hebben om die reden niet verder meegedaan in het onderzoek – helaas voor ons.

Literatuurverwijzingen
Campbell, L. (1998). Historical linguistics: An introduction. Edinburgh: Edinburgh University Press.
Cheung, H. (2003). Memory capacity in school-age Mandarin-speaking children with specific language impairment. Taiwan Journal of Linguistics, 1(1), 111-119.
Erbaugh, M.S. (1992). The acquisition of Mandarin. In D. Slobin (ed.), The crosslinguistic study of language acquisition (3). Hillsdale, NJ: Erlbaum.
Extra, G. & de Ruiter, J.J. (2001). Babylon aan de Noordzee: Nieuwe talen in Nederland. Amsterdam: Uitgeverij Bulaaq.
Hansen, J.G. (2001). Linguistic constraints on the acquisition of the English syllable codas by native speakers of Mandarin Chinese. Applied Linguistics, 22(3), 338-365).
Hua, Z. & Dodd, B. (2000). The phonological acquisition of Putonghua (Modern Standard Chinese). Journal of Child Language, 27(1), 3-42.
Lewis, M. Paul (ed.), 2009. Ethnologue: Languages of the world, sixteenth edition. Dallas, Tex.: SIL International. Online version: http://www.ethnologue.com/
Li, C.N & Thompson, S. A. (1981). Mandarin Chinese: A functional reference grammar. Berkeley en Los Angeles, CA: University of California Press.
Lust, B. & Chien, Y. (1984). The structure of coordination in first language acquisition of Mandarin Chinese: Evidence for a universal. Cognition,17, 49-83.
Teng, W. H. (2013). Yufa! A Practical Guide to Mandarin Chinese Grammar. Routledge.
Yu, H. (2016). The Grammar Impairment of Mandarin Chinese SLI Children: Evidence from Topic-comment Structures. Journal of Language Teaching and Research, 7(2), 299-306.

Zhang , L. (2014). Complex Sentence- Subordinate 复合句-从属关系. Bezocht op January 20, 2017, van http://cn.hujiang.com/new/p573864/