Auteurs van deze pagina: Gea Boer, Dieuwke Hoogewerf

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer

Fonologie
De Nederlandse stemloze fricatief [f] komt in het Birmees niet voor. Ook de [x] (chaos, lach), [v] (vier), [ʒ], (journaal) en [ɣ] (gat), komen niet voor. De Nederlandse klinkers [y] (fuut), [ɪ] (pit), [ʏ] (put), en [øː] (reus) komen niet voor in het Birmees.
Het Birmees heeft wel een aantal diftongen, maar de Nederlandse diftongen [ɔi ] (hoi) en [œy] (huis) komen in het Birmees niet voor. Al deze klanken kunnen lastig zijn voor Birmese leerders van het Nederlands.

Morfologie
Het Birmees is een agglutinerende taal met een rijke morfologie: een complex systeem van suffixen voor allerlei taaleigenschappen. Het Nederlands gebruikt vooral voor tijds- en geslachtsaanduiding morfemen, en kent bijvoorbeeld niet de pragmatische morfemen. Omdat het Nederlands hierin makkelijker is dan het Birmees, zullen T2-leerders hier waarschijnlijk weinig moeite mee hebben. Ze zullen wel moeten leren dat er in het Nederlands losse woorden gebruikt worden om bepaalde informatie aan te geven. Hulpwerkwoorden bijvoorbeeld, zullen voor problemen kunnen zorgen omdat deze apart vervoegd moeten worden. Een verkeerde gebruik van het hulpwerkwoord hoeft dus geen teken van TOS te zijn.

Meervoud
Pronomina krijgen in het Birmees een meervoudssuffix of suffixen die bijvoorbeeld beleefdheid uitdrukken. Bij de pronomina, worden in het Birmees meervouden gemaakt met tó. Zo worden ŋa, nin en θu (1-2-3SG) ŋa tó, nin tó en θu tó (1-2-3PL). Birmese leerders van het Nederlands zullen moeten leren dat de 1e,2e en 3e persoon-meervoud in het Nederlands een eigen benaming hebben.

Vraagvormen
Ook vragende vormen worden in het Birmees aangegeven door suffixen. Bijvoorbeeld: θwâmé ((he) will go) wordt θwâmalâ (will (he) go?). De Nederlandse manier om vraagzinnen te vormen is geheel anders. De T2-leerders zullen niet gewend zijn om zinnen vragend te maken door middel van intonatie en het verplaatsen van woorden. Dit kan daarom problemen opleveren. Wanneer er fouten worden gemaakt met vraagzinnen hoeft dit dus geen teken van TOS te zijn.

Ontkenningen
Bij ontkennende zinnen wordt in het Birmees het negatieve prefix ma- bij het hoofdwerkwoord gevoegd, en wordt het finale morfeem vervangen door een negatief finale morfeem, passende bij de soort zin. In het Nederlands worden ontkennende zinnen gevormd door het gebruik van ‘niet’ in de zin. Het gebruik van ‘niet’ in plaats van een suffix zal waarschijnlijk moeilijk gevonden worden.

Subordinerende morfemen
Subordinerende morfemen zijn morfemen waarop een bijzin volgt. In het Birmees worden de morfemen -ʡáun, -hmà, -lòu, -péidè, -péimè, -tò, -yín, -yínlê, -yîn en -pí gebruikt voor verschillende omstandigheden als doel, oorzaak, concessie, tijd en conditie. In het Nederlands worden daarvoor verschillende soorten voegwoorden gebruikt (als, zodat, wanneer, terwijl, …) Birmese leerders van het Nederlands zullen moeten leren dat er in het Nederlands losse woorden gebruikt worden om dit soort informatie aan te geven. Omdat het Birmese morfologische systeem veel moeilijker is dan het Nederlandse, valt het niet te verwachten dat kinderen met Birmees als moedertaal ernstige problemen zullen hebben met dit aspect in het Nederlands.

Syntaxis
Woordvolgorde
Het Birmees heeft een SOV-woordvolgorde, soms kan een zin ook zijn opgebouwd in een OSV-volgorde. Aangezien het Nederlands een SVO-volgorde heeft, kan dit problemen opleveren.
Het Birmees plaatst een getal of adjectief achter het zelfstandig naamwoord, het Nederlandse plaatst dit ervoor. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat ook hier fouten mee gemaakt worden.

Pragmatiek
Sommige morfemen hebben een pragmatische functie. Er zijn morfemen voor bijvoorbeeld verbazing, manieren, beleefdheid, opsommingen, indirecte rede, en het verwachten van berusting. De morfemen kunnen bij werkwoorden en naamwoorden voorkomen.
In het Nederlands wordt de pragmatische informatie niet zo duidelijk weergegeven. Het is meestal afhankelijk van de context, of van de intonatie. Dit kan erg lastig zijn voor Birmese kinderen die Nederlands leren.



Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Helaas is er geen informatie gevonden over de verwervingsfases van het Birmees als moedertaal of van de Tibeto-Birmaanse talen. Ook is er geen informatie gevonden over taalontwikkelingsstoornissen in het Birmees.

Naar boven

1. Algemene informatie over het Birmees


Herkomst van de taal
Stamboom Sino-Tibetaans (Matisoff).gif
Figuur 1. De Sino-Tibetaanse taalfamilie

Het Birmees of Birmaans hoort bij de Tibeto-Birmaanse talen. De Tibeto-Birmaanse talen zijn evenals de Chinese talen onderdeel van de Sino-Tibetaanse taalfamilie. Deze taalfamilie is na de Indo-Europese de grootste ter wereld. De meeste Sino-Tibetaanse talen zijn tonaal.

Verschillende stambomen van de Sino-Tibetaanse talen laten verschillende indelingen zien. Het is namelijk niet altijd duidelijk of talen in de hiërarchie onder elkaar of naast elkaar moeten worden gezet, dus of taal x een subtaal is van taal y, of dat deze talen los van elkaar zijn ontstaan. Zo voegt Benedict (1972) een niveau toe tussen de Sino-Tibetaanse talen en het Tibeto-Birmaans: het Tibeto-Karen. Hierbij staat het Karen hetzelfde niveau als het Tibeto-Birmaans, terwijl het Karen in de stamboom hiernaast hiervan juist een onderdeel is. Hoe het ook zij, bij elke stamboom is het Birmees via de Tibeto-Birmaanse talen een Sino-Tibetaanse taal.Het Birmees is een van de bekendste Tibo-Birmaanse talen (Matisoff 2003).


EW landkaart van Birma.jpg
Figuur 2. Het Birmees is de officiële taal van Myanmar.


Sprekers
Het Birmees heeft ongeveer 22 miljoen sprekers in Zuid-Oost Azië. Het is de officiële taal van het land Myanmar en wordt verder ook gesproken in Zuid-West China, Laos, Thailand en Vietnam. Myanmar heette tot 1989 Birma en vanaf 2010 noemen de inwoners van Myanmar hun land de Republiek der Unie van Myanmar.


Het Birmees is niet de moedertaal van elke inwoner van Myanmar, want verschillende minderheden hebben hun eigen taal, bijvoorbeeld de Karenstam. Vaak is het Birmees dan wel de tweede taal van zo’n groep. Ook wordt in Myanmar op kleine schaal Engels gesproken, omdat delen van Birma tussen 1885 en 1948 door de Britten waren gekolonialiseerd.

Naar boven

2. Specifieke informatie over het Birmees

In het onderstaande is informatie te vinden over de fonologie, het schrift, de syllabestructuur, woordvolgorde, de lidwoorden en de meervouden van de Birmese taal. Het Birmees is een agglutinerende taal met een rijke morfologie: ook pronomina krijgen een meervoudssuffix of suffixen die bijvoorbeeld beleefdheid uitdrukken. Alles wat hieronder beschreven wordt, is gedaan met gebruikmaking van de uitleg en voorbeelden uit Okell (1969) en Thurgood & LaPolla (2003).


Fonologie
Het Birmees is een toontaal met vier tonen:

Toon I

Low

à (etc.)

persisting low, but rising in phrase final position; clear voicing; long.
Toon II

High

á (etc.)

persisting high, but falling sharply in phrase final position; clear,
sometimes slightly lax voicing; long.
Toon III

Creaky

ã (etc.)

starts high and falls; tense voicing becoming creaky; not long.
Toon IV

Checked

aʡ (etc.)

mid-high with slight fall; clear voicing with occlusion variously realized;
very short.

Verder heeft de taal de volgende klinkers (vocalen) en medeklinkers (consonanten):

Monoftongen

Diftongen

Stops en affricatieven

Fricatieven

Nasalen

Approximanten
i
e

ε
ə
u
o

ɔ

ei


ai
ou


au

p

ph

b
t

th

d


tʃh

ʤ
k

kh

g
ʡ

θ

(ð)
s

sh

z
ʃ
h

m

̥m
n

̥n
ɲ

ɲ̥
ŋ

̊ŋ
N

l


j
w

(w̥)
(r)

Het Birmese schrift
burmese_consonanten.gif
Figuur 3. Consonanten



burmese_vowels.gif
Figuur 4. Vocalen




Syllabestructuur
De syllabestructuur van het Birmees is C(G)V((V)C). De start van een syllabe (lettergreep) bestaat uit een consonant en eventueel een glijklank, en het tweede gedeelte bestaat uit (1) een monoftong alleen, of (2) een monoftong met een consonant, of (3) een diftong met een consonant. Diftongen kunnen niet aan het einde van een syllabe voorkomen. De basissyllaben zijn:

Syllabe

Uitspraak

Betekenis
CV
CVC
CGV
CGVC
CVVC
CGVVC


mεʡ
mjè
mjεʡ
màuN
mjáuN

girl
crave
earth
eye
(term of address for young men)
ditch

In syllaben met een nasale rhyme zijn maar drie tonen mogelijk, de checked-toon komt daar niet voor. De tonen onderscheiden zich niet alleen door hun toonhoogte, maar ook door hun intensiteit, duur en klankkwaliteit. Informatie over betekenis zit vaak op andere eigenschappen van een woord dan in het Nederlands. Zo maken tonen een betekenisverschil, maar ook de mate van 'aspiratie': bij een transitief werkwoord wordt de beginconsonant geaspireerd uitgesproken, bij een intransitief werkwoord niet.

Toonverschil


Niet-geaspireerd
Passief/Intransitief

Geaspireerd
Actief/Transitief
khà

shake


pjaʡ

be cut

phjaʡ

cut
khá

be bitter


tʃεʡ

be cooked

tʃhεʡ

cook
khã

fee


souʡ

be torn

shouʡ

tear
khaʡ

draw off


jwẽ

be moved

ʃwẽ

move


Woordvolgorde
Het Birmees heeft een SOV-woordvolgorde. Deze volgorde is wel redelijk vrij, een Birmese zin kan bijvoorbeeld op de volgende manieren zijn opgebouwd:

Subject+Object+Verb (SOV), of: Object+Subject+Verb (OSV).

Het subject en object mogen ook weggelaten worden waardoor een zin kan bestaan uit alleen een (vervoegde) werkwoordsvorm.

Adjectieven en getallen komen ná het naamwoord. (N-Adj en N-Num).

Lidwoorden en aanwijzende voornaamwoorden
Evenals het Nederlands kent het Birmees bepaalde en onbepaalde lidwoorden. De is bepaald lidwoord, cig onbepaald. De betekent ook ‘dat’ en di betekent ‘dit’.

Meervouden
Bij de persoonlijk voornaamwoorden, worden in het Birmees meervouden gemaakt met tó. Zo worden ŋa, nin en θu (1-2-3SG) ŋa tó, nin tó en θu tó (1-2-3PL). -tó wordt in sommige gevallen ook gebruikt bij naamwoorden, in de zin van ‘en zo voorts’ of ‘en de zijnen’: Mà só só-tó is 'Ma So So en familie'. Het gebruikelijke meervoudssuffix voor telbare naamwoorden is -te: mìpòun-te (lanterns). Bij niet-telbare naamwoorden betekent -te ‘veel’.

Morfologie - syntaxis
Voor het uitleggen van de morfologie worden de Birmese uitingen ingedeeld in drie typen: narratieve (verhalende zin), imperatieve (gebiedende wijs) en equationele of naamwoordelijke zinnen.

Suffix

Functie

Voorbeeld
eindmorfemen in een narratieve zin zijn -té, -yè, -kè, -mé en -pí.
-té

bij werkwoord waarbij tijdsaanduiding niet belangrijk is

pyándé (returns, returned)
θwâdé (goes, went)
-yè,
–kè

literaire varianten van –té. Komen in het dagelijkse taalgebruik maar soms voor.

mábáyè (I’m well)
houkkè (it is so)
-mé

toekomende tijd

θwâmé ((he) will go)
-pí

actie of conditie die al is begonnen

θwâbí ((he) has gone)
lá néibí ((he) is (already) coming)
Een imperatieve zin bestaat uit een werkwoord zonder eindmorfeem.

θwâ (go)
Een equationele zin bestaat uit twee naamwoorden die naast elkaar worden geschreven.

θú zagabyán
(he (is an) interpreter)

Deze drie typen hebben hun eigen ontkennende vormen en de narratieve en equationele zinnen hebben hun eigen vraagvormen. Daarnaast komen nog subordinerende morfemen voor om bijzinnen te vormen.

Vraagvormen
Bij de vragende vormen van de narratieve en equationele zinnen wordt het narratieve of equationele gedeelte van de zin gevolgd door -lâ of -lê. In een narratieve vraagzin wordt -té (zie boven) vervangen door -θa-. De suffixen -mé en -pí worden vervangen door de atonale vormen -ma- en -pa-; -yè en -kè blijven onveranderd. Bijvoorbeeld: θwâmé ((he) will go) wordt θwâmalâ (will (he) go?).
Om equationele zinnen vragend te maken wordt -lâ of -lê toegevoegd. Bijvoorbeeld: θú zagabyán (he (is an) interpreter) wordt θú zagabyánlâ ((is) he (an) interpreter?).


Ontkenningen
Een ontkennende narratieve zin bestaat uit een narratief gedeelte, waarbij het negatieve prefix ma- bij het hoofdwerkwoord wordt gevoegd en het finale morfeem wordt vervangen door het negatieve finale morfeem -phû. Bijvoorbeeld: θwâdé, θwâmé, θwâbí ((he) goes/went, will go, has gone) wordt maθwâbû ((he) does not go/did not go, will not go, has not gone).
Bij een imperatieve ontkennende zin wordt ma- toegevoegd aan het hoofdwerkwoord en volgt aan het einde van de zin het morfeem -nè. Bijvoorbeeld: θwâ (go) wordt maθwânè (do not go).
Een ontkennende equationele zin krijgt mahoupphû (it's not so) aan de zin toegevoegd. Bijvoorbeeld: θú zagabyán (he (is an) interpreter) wordt θú zagabyán mahoupphû (he (is) not (an) interpreter).

Subordinerende morfemenSubordinerende morfemen zijn morfemen waarop een bijzin volgt. De morfemen -ʡáun, -hmà, -lòu, -péidè, -péimè, -tò, -yín, -yínlê, -yîn en -pí worden hierbij gebruikt voor verschillende omstandigheden als doel, oorzaak, concessie, tijd en conditie, zoals wij in het Nederlands verschillende soorten voegwoorden gebruiken (als, zodat, wanneer, terwijl, …)
Pragmatiek
Sommige morfemen hebben een pragmatische functie. Morfemen voor naamwoorden zijn -há (verbazing) –kô (how about), -lê (also), -lóu (manieren), -mà ((not) even), -pá (beleefdheid), -phê (verbazing), -theʡ (more than), -tò (betreffende) en –yé (opsomming) . Morfemen voor werkwoorden zijn –léi (of course) en –nó (verwacht berusting). –lòu (indirecte rede), -tè (indirecte rede) en –θá (als enige) kunnen bij zowel naamwoorden als werkwoorden voorkomen.
Een voorbeeld van een beleefde vorm met het suffix pá: θwâpá (uitgesproken als θwâbá).

Ook bij pronomina wordt er onderscheid gemaakt tussen beleefdheid en familiariteit, zoals in het onderstaande bij 1-2SG.

1SG

cuntɔ / cənɔ

(honourable slave) very polite, male speaker


cunmá / cəmá

(female slave) very polite, female speaker


ko

(body) polite, mostly among same gender


cənouʡ / couʡ

(slave) neutral


ŋa

familiar





2SG

shin

(owner; master) very polite, female speaker


k’inbyà / k’əmyà

(k’in ‘be close’), polite, male speaker




familiar, female speaker


min

(king) familiar


nin

familiar

Naar boven

3. Verwervingsfases in bovenstaande domeinen in het Birmees

Helaas is er geen informatie te vinden over de verwervingsfases van het Birmees als moedertaal of van de Tibeto-Birmaanse talen.

4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Birmees

Ook hierover hebben wij helaas geen informatie kunnen vinden.

5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen

Het Birmees heeft enkele opvallende verschillen met het Nederlands. Het Birmees is een agglutinerende taal, het Nederlands niet. Het Birmees heeft een SOV-woordvolgorde, het Nederlands een SVO-volgorde. Het Birmees plaatst een getal of adjectief achter het zelfstandig naamwoord, het Nederlandse plaatst dit ervoor. Het Birmees heeft een complex systeem van suffixen voor allerlei taaleigenschappen, het Nederlands gebruikt vooral voor tijds- en geslachtsaanduiding morfemen, en kent bijvoorbeeld niet de pragmatische morfemen.

In dit overzicht is het meest uitgebreid ingegaan op de morfologie, omdat kinderen met een specifieke taalontwikkeling in het Nederlands veelal moeite hebben met het toekennen van morfemen voor agreement. Wanneer een Birmees kind dit heeft, zou gekeken kunnen worden of dit voor zijn/haar moedertaal geldt voor de morfemen die hierboven zijn beschreven. Die moedertaal is rijk genoeg aan morfemen, dus biedt daarvoor een goed onderzoeksterrein.

Benedict, P.K., Matisoff, J. A., ed. (1972), Sino-Tibetan: A conspectus. Cambridge: Cambridge University Press
Cornyn, W. (1944). Outline of Burmese grammar. Supplement to Language Journal of the linguistic society of America. Linguistic Society of America.
Dryer, M.S. Word order in Tibeto-Burman languages. University at Buffalo.
Green, A. D. Word, foot, and syllable structure in Burmese. University of Potsdam.
Matisoff, J. A., Handbook of Proto-Tibeto-Burman: system and philosophy of Sino-Tibetan reconstruction. Berkeley: University of California Press.
Okell, J. (1969). A reference grammar of colloquial Burmese. London: Oxford University Press.
Thant, Win Win, Htwe, Tin Myat, Thein, Ni Lar Syntactic Analysis of Myanmar Language. University of Computer Studies Yangon, Myanmar.
Thurgood, G. & LaPolla R.J. (2003). The Sino-Tibetan Languages. London: Routledge Language Family Series.
Verhoeven, L., Steenge, J., en Balkom, H. van (2011). Verb morphology as clinical marker of specific language impairment: Evidence from first and second language learners. Research in Developmental Disabilities, 31, 1186-1193.


Naar boven